Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AD9698

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-03-2002
Datum publicatie
01-03-2002
Zaaknummer
C00/260HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AD9698
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 141
JWB 2002/99
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

1 maart 2002

Eerste Kamer

Nr. C00/260HR

AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser], wonende te [woonplaats], België,

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. ir. P.J.A. Prinsen,

t e g e n

MAATSCHAP WESTELIJKE ACCOUNTANTSKANTOREN ZEELAND, gevestigd te Oostburg,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij.

1. Het geding in feitelijke instantie

Verweerster in cassatie - verder te noemen: WEA - heeft bij exploit van 1 april 1999 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de Kantonrechter te Terneuzen en gevorderd [eiser] te veroordelen om aan WEA te betalen ƒ 2.873,65, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 januari 1999 tot aan de dag der algehele voldoening.

[Eiser] heeft de vordering bestreden.

De Kantonrechter heeft bij vonnis van 23 februari 2000 [eiser] veroordeeld om aan WEA te betalen een bedrag van ƒ 2.729,51, vermeerderd met de wettelijke rente over ƒ 2.373,49 vanaf 30 oktober 1998 tot de dag der voldoening en het meer of anders was gevorderd afgewezen.

Het vonnis van de Kantonrechter is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de Kantonrechter heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het herstelexploit zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

WEA heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor WEA toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep, met veroordeling van [eiser] in de kosten.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van WEA begroot op € 286,88 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, als voorzitter, H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 1 maart 2002.