Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AD9102

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-02-2002
Datum publicatie
08-02-2002
Zaaknummer
36988
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BNB 2002/139
FED 2002/103
FED 2002/104
FED 2002/464 met annotatie van J.H.M. ARTS
WFR 2002/290, 1
WFR 2002/290
V-N 2002/10.18 met annotatie van Redactie
NTFR 2002/275
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 36.988

8 februari 2002

JV

gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te ´s-Hertogenbosch van 13 februari 2001, nr. 98/01881, betreffende na te melden aanslag in de vennootschapsbelasting.

1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof

Aan belanghebbende is voor het jaar 1995 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van f 68.498, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.

Het Hof heeft de uitspraak van de Inspecteur bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

3. Beoordeling van de klachten

3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

Belanghebbende houdt zich bezig met het bemiddelen bij het tot stand komen en verzorgen van internationale transporten, in het bijzonder van wijnen en cognac.

De getransporteerde wijn of cognac wordt nimmer eigendom van belanghebbende.

Belanghebbende verzorgt nooit zelf het vervoer, maar schakelt daarvoor een vervoersbedrijf in.

3.2. In geschil is of belanghebbende in het onderhavige jaar een reserve tot dekking van risico's welke in belangrijke mate worden verzekerd als bedoeld in artikel 13, lid 1, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: een reserve assurantie eigen risico) ter zake van goederen- en transportrisico ten laste van de winst heeft mogen vormen.

3.3. De vraag of een reserve assurantie eigen risico gevormd mag worden is door het Hof terecht beantwoord aan de hand van de vraag of de desbetreffende risico´s in belangrijke mate worden verzekerd door naar aard en omvang met belanghebbende vergelijkbare ondernemers.

3.4. De klachten voeren terecht aan dat, anders dan het Hof in zijn rechtsoverweging 4.3 heeft geoordeeld, ter bepaling van de kring van te vergelijken ondernemers, met de importeurs van wijnen en gedestilleerd rekening mag worden gehouden, indien deze ondernemers vergelijkbare transportrisico´s lopen als belanghebbende. In zoverre zijn de klachten gegrond.

Tot cassatie kan zulks evenwel niet leiden, nu het Hof tevens heeft geoordeeld dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de risico´s die zij loopt ter zake van de transporten vergelijkbaar zijn met die van de importeurs.

Voorzover de klachten dit oordeel bestrijden falen zij, nu dit oordeel geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op zijn juistheid kan worden getoetst. Het is ook niet onbegrijpelijk.

3.5. De klachten betogen voorts dat het Hof belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel ten onrechte heeft verworpen. Nu het Hof heeft geoordeeld dat geen sprake is van vergelijkbare risico's faalt dit betoog.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer F.W.G.M. van Brunschot als voorzitter, en de raadsheren C.B. Bavinck en J.C. van Oven, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.M. van Hooff, en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2002.