Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AD8187

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-03-2002
Datum publicatie
15-03-2002
Zaaknummer
C01/102HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AD8187
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 176
JWB 2002/112
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 maart 2002

Eerste Kamer

Nr. C01/102HR

SB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres], wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

1. [Verweerder 1],

2. [Verweerster 2],

beiden wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerder] c.s. - hebben bij exploit van 11 september 1995 eiseres tot cassatie – verder te noemen: [eiseres] – en haar echtgenoot [...] – verder te noemen: [betrokkene A] - gedagvaard voor de Rechtbank te Utrecht en gevorderd om [eiseres] en [betrokkene A], bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen om aan [verweerder] c.s. te betalen de tot herstel en verbetering van de open haard noodzakelijk uit te leggen kosten ad ƒ 11.338,75, verhoogd met de kosten van expertise ad ƒ 940,--, alsmede met de overige herstelkosten ad ƒ 1.938,75, te verhogen met de wettelijke rente vanaf 16 augustus 1993, althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.

[Eiseres] en [betrokkene A] hebben de vordering bestreden.

Na een ingevolge een tussenvonnis van 6 maart 1996 op 12 augustus 1996 gehouden comparitie van partijen heeft de Rechtbank bij tussenvonnis van 9 juli 1997 in de procedure tegen [verweerder] c.s. tegen [betrokkene A] de vorderingen ten aanzien van [betrokkene A] afgewezen en in de procedure [verweerder] c.s. tegen [eiseres] de stukken in handen van partijen gesteld met het in rov. 4.14 van haar vonnis omschreven doel. De Rechtbank heeft voorts bepaald dat [verweerder] c.s. in de gelegenheid zullen worden gesteld te zijner tijd een conclusie na deskundigenbericht te nemen.

Bij derde tussenvonnis van 18 maart 1998 heeft de Rechtbank een deskundigenbericht bevolen. Na deskundigenbericht hebben [verweerder] c.s. hun eis bij akte vermeerderd en aldus gevorderd [eiseres] te veroordelen om aan [verweerder] c.s. te betalen:

- de tot herstel en verbetering van de open haard noodzakelijk uit te leggen kosten ad ƒ 29.552,99;

- te verhogen met de wettelijke rente vanaf 16 augustus 1993, althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan die der algehele voldoening;

- de buitengerechtelijke incassokosten ad ƒ 2.949,21.

Bij eindvonnis van 22 december 1999 heeft de Rechtbank [eiseres] veroordeeld aan [verweerder] c.s. te betalen een bedrag van ƒ 30.545,31 vermeerderd met de wettelijke rente over ƒ 14.217,50 vanaf 16 augustus 1993 en over ƒ 15.335,41 vanaf 9 juni 1999, beiden tot aan de dag der voldoening.

Tegen de vonnissen van de Rechtbank van 6 maart 1996, 9 juli 1997, 18 maart 1998 en 22 december 1999 heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 7 december 2000 heeft het Hof [eiseres] niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de vonnissen van 6 maart 1996 en 18 maart 1998 en de vonnissen van 9 juli 1997 en 22 december 1999 bekrachtigd.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 18 januari 2002 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 286,88 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, en de raadsheren J.B. Fleers en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raads-heer A. Hammerstein op 15 maart 2002.