Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AD8174

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-03-2002
Datum publicatie
08-03-2002
Zaaknummer
C00/143HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AD8174
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 155
JWB 2002/103
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

8 maart 2002

Eerste Kamer

Nr. C00/143HR

SB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiseres 1],

2. [Eiser 2],

beiden wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

STICHTING PORTAAL WOONSTICHTING, voorheen de Woningstichting Nijmegen, gevestigd te Nijmegen,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: voorheen jhr. mr. J.L.R.A. Huydecoper, thans mr. M.A. Leijten.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie - verder te noemen: de Woningstichting - heeft bij exploit van 15 januari 1998 eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser] c.s. - op verkorte termijn gedagvaard voor de Kantonrechter te Nijmegen en gevorderd bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

primair de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de onroerende zaak gelegen aan de [a-straat 1] te [woonplaats] te ontbinden met veroordeling van [eiser] c.s. tot ontruiming van het gehuurde en met machtiging aan de Woningstichting om de ontruiming te bewerkstelligen, eventueel met behulp van de sterke arm van politie en/of justitie, op kosten van [eiser] c.s.;

uiterst subsidiair: de huurprijs van voormelde onroerende zaak nader vast te stellen met ingang van de datum van de dagvaarding, kosten rechtens.

[Eiser] c.s. hebben de vorderingen bestreden.

De Kantonrechter heeft na een tussenvonnis van 24 april 1998 bij eindvonnis van 9 oktober 1998 de primaire vordering toegewezen.

Tegen dit eindvonnis hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Arnhem.

Na een tussenvonnis van 9 september 1999 heeft de Rechtbank bij eindvonnis van 16 december 1999 het door de Kantonrechter op 24 april 1998 tussen partijen gewezen tussenvonnis bekrachtigd, het eindvonnis van de Kantonrechter van 9 oktober 1998, behoudens de veroordeling in de kosten, vernietigd, en, opnieuw rechtdoende, de vorderingen tegen eiser tot cassatie sub 2 alsnog afgewezen en het eindvonnis van de Kantonrechter voor het overige bekrachtigd.

Beide vonnissen van de Rechtbank zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen beide vonnissen van de Rechtbank hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Woningstichting heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Woningstichting mede door mr. F.A. Sievers, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief, ter griffie ingekomen op 18 januari 2002, op die conclusie gereageerd.

De Hoge Raad heeft deze brief terzijde gelegd, nu de brief niet is ingekomen binnen de termijn van twee weken nadat de conclusie ter rolle was genomen.

3. Beoordeling van de middelen

De in het middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de woningstichting begroot op € 286,88 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, als voorzitter D.H. Beukenhorst en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 8 maart 2002.