Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AD7363

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25-01-2002
Datum publicatie
28-01-2002
Zaaknummer
C01/217HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AD7363
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2002-01-25
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 55
JWB 2002/37

Uitspraak

25 januari 2002

Eerste Kamer

Nr. C01/217HR

SB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser], wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. drs. R.A. van der Hansz,

t e g e n

1. [Verweerder 1],

2. [Verweerder 2],

3. [Verweerder 3],

allen wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 3 december 1998 verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerder] c.s. - gedagvaard voor de Rechtbank te Dordrecht en gevorderd bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. [verweerder] c.s. hoofdelijk, des dat de een betalende de anderen in zoverre zullen zijn bevrijd, te veroordelen te betalen de som van ƒ 5.661,57, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding;

2. een bedrag ter zake vergoeding van de door [eiser] geleden immateriële schade, door de Rechtbank ex aequo et bono vast te stellen op ƒ 2.500,--, of op een zodanig bedrag als de Rechtbank juist zal achten.

[Verweerder] c.s. hebben de vorderingen gemotiveerd bestreden.

De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 31 maart 1999 een comparitie van partijen gelast en bij eindvonnis van 14 juni 2000 de vorderingen afgewezen.

Tegen dit eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 27 maart 2001 heeft het Hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het herstelexploit zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend.

De conclusie van de Plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep met veroordeling van [eiser] in de kosten.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beant-woording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cas-satie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren R. Herrmann, als voorzitter, H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 25 januari 2002.