Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AD7357

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-02-2002
Datum publicatie
15-02-2002
Zaaknummer
C00/249HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AD7357
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 101
JWB 2002/70
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 februari 2002

Eerste Kamer

Nr. C00/249HR

AP

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser], wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. J.D. Boetje,

t e g e n

DE STAAT DER NEDERLANDEN, gevestigd te 's-Gravenhage,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. D. Stoutjesdijk.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 4 november 1996 verweerder in cassatie - verder te noemen: de Staat - gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd de Staat te veroordelen aan [eiser] te voldoen een bedrag van ƒ 1.009.023,13 zulks ten titel van immateriële en materiële schade en de kosten van juridische bijstand, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der voldoening.

De Staat heeft de vorderingen bestreden.

De Rechtbank heeft bij vonnis van 12 november 1997 de vorderingen afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 11 mei 2000 heeft het Hof het bestreden vonnis bekrachtigd.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Lange-meijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 4.314,18 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesrpoken door de raads-heer A. Hammerstein op 15 februari 2002.