Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AD6630

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18-01-2002
Datum publicatie
18-01-2002
Zaaknummer
R01/086HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AD6630
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 21

Uitspraak

18 januari 2002

Eerste Kamer

Rek.nr. R01/086HR

SB

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Verzoeker], wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. B.D.W. Martens,

t e g e n

DE GEMEENTE ROOSENDAAL, gevestigd te Roosendaal,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding tot dusver

Voor het verloop van het geding tot dusver tussen verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - en verweerster in cassatie - verder te noemen: de Gemeente - verwijst de Hoge Raad naar zijn beschikking van 24 november 2000, rek. nr. R99/106HR. Bij deze beschikking heeft de Hoge Raad vernietigd de beschikking van de Rechtbank te Breda van 6 april 1999 en het geding verwezen naar die Rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.

Na memoriewisseling door partijen heeft de Rechtbank te Breda bij beschikking van 11 mei 2001 de beschikkingen van de Kantonrechter te Bergen op Zoom van 27 mei 1997 en 14 juli 1998, gewezen onder rep. nrs. 586/94 en 90/95, bekrachtigd.

De beschikking van de Rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de Rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Gemeente heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot be-antwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, als voorzitter, H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uit-gesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 18 januari 2002.