Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AD6252

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-01-2002
Datum publicatie
15-01-2002
Zaaknummer
03895/00
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AD6252
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 37

Uitspraak

15 januari 2002

Strafkamer

nr. 03895/00

SO/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 22 maart 2000, nummer 23/002737-98, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam van 20 mei 1998 - de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding onder 2 primair tenlastegelegde en hem voorts ter zake van 1., 4. en 5. "medeplegen van opzettelijke overtreding van een in artikel 5 van de Wet op de accijns opgenomen verbod, meermalen gepleegd", 2 subsidiair "goederen het douanegebied van de Gemeenschap binnenbrengen in strijd met artikel 40 van het Communautair douanewetboek, (de Hoge Raad leest: "binnen- gebrachte goederen in strijd met artikel 40 van het Communautair douanewetboek niet bij de inspecteur aanbrengen") terwijl dit feit is begaan met het oogmerk de rechten die bij invoer van de goederen zijn verschuldigd, te ontduiken" en 3. "opzettelijke overtreding van een in artikel 5 van de Wet op de accijns opgenomen verbod" veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf, waarvan

5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met verbeurdverklaring zoals in het arrest omschreven.

2. Geding in cassatie

Het beroep - dat kennelijk niet is gericht tegen de gegeven vrijspraak - is ingesteld door de verdachte.

Namens deze heeft mr. W.W. Jansen, advocaat te Hoofddorp, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak - voorzover aan zijn oordeel onderworpen - ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend-griffier H.H.A. de Nijs, en uitgesproken op 15 januari 2002.