Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AD6097

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25-01-2002
Datum publicatie
28-01-2002
Zaaknummer
C00/180HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AD6097
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap 93, geldigheid: 2002-01-25
Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap 36, geldigheid: 2002-01-25
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2002-01-25
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 54
NJ 2002, 227
BR 2002/152
Module Vastgoed en wonen 2002/101
JWB 2002/30

Uitspraak

25 januari 2002

Eerste Kamer

Nr. C00/180HR

AP

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij), gevestigd te 's-Gravenhage,

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. H.A. Groen,

t e g e n

CANON BENELUX B.V., kantoorhoudende te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. E.D. Vermeulen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie heeft samen met Canon Europa B.V., kantoorhoudende te Amstelveen - verder tezamen te noemen: Canon c.s., dan wel afzonderlijk Canon Benelux en Canon Europa - bij exploit van 30 januari 1998 eiser tot cassatie - verder te noemen: de Staat - op verkorte termijn gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

(i) te verklaren voor recht dat de, in punt 17 van hoofdstuk 3 van het bestek bij aanbesteding EG/97/S 144-94173 genoemde, instellingen en productschappen gehouden zijn om bij de plaatsing van opdrachten, bedoeld in artikel 1 sub a van de Richtlijn Leveringen (93/36/EEG), en waarvan de waarde tenminste gelijk is aan de toepasselijke drempelwaarde bedoeld in artikel 5 van de Richtlijn Leveringen, en die betreffen de levering van fotokopieer- en printapparatuur als bedoeld in de advertentie van de Staat in het Publicatieblad EG d.d. 5 december 1996, gebruik [van] te maken van de procedure die artikel 6 van de Richtlijn Leveringen in het betreffende geval voorschrijft, dit ongeacht of deze opdrachten worden geplaatst overeenkomstig de bepalingen van de Raamovereenkomst, omschreven in het bestek bij aanbesteding EG/97/S 144-94173;

(ii) de Staat te veroordelen om de sub (i) genoemde instellingen en productschappen van de sub (i) bedoelde verklaring voor recht schriftelijk in kennis te stellen, dit binnen 10 dagen nadat vonnis werd gewezen, en aan Canon c.s. aan te tonen dat deze inkennisstelling plaatsvond;

(iii) te verklaren voor recht dat de door de Staat gehouden aanbesteding met kenmerk EG 97/S 144-94173 niet voldoet aan de eisen die de Richtlijn Leveringen, de Raamwet EG Voorschriften Aanbestedingen en het Besluit Overheidsaanbestedingen daar aan stel-len, omdat het object van aanbesteding onvoldoende is bepaald, omdat het beginsel van gelijke behande-ling van inschrijvers onvoldoende in acht is genomen althans omdat het recht op andere wijze is geschonden.

De Staat heeft de vorderingen van Canon c.s. bestreden.

De Rechtbank heeft bij vonnis van 5 augustus 1998 Canon c.s. niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.

Tegen dit vonnis hebben Canon c.s. hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Daarbij hebben zij hun eis gewijzigd en gevorderd voormeld vonnis van de Rechtbank te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, bij arrest uitvoerbaar bij voorraad:

A. te verklaren voor recht dat de Instellingen, althans de Staat, althans de Staat handelend door middel van de Instellingen zonder eigen rechtspersoonlijkheid, gehouden zijn (is) om bij de plaatsing van opdrachten, die ingevolge het bepaalde in de Richtlijn Leveringen, de Raamwet EG-voorschriften Aanbestedingen en het Besluit Overheidsaanbestedingen behoren te worden aanbesteed, en die betreffen de levering van fotokopieer- en printapparatuur, als bedoeld in de Advertentie, ten behoeve van de Instellingen,

gebruik te maken van de procedure die de Richtlijn Leveringen, de Raamwet EG-voorschriften Aanbestedingen en het Besluit Overheidsaanbestedingen in het betreffende geval voorschrijven, dit ongeacht of deze opdrachten worden geplaatst overeenkomstig het bepaalde in de Raamovereenkomst;

B. de Staat, althans de Staat handelend door middel van de instellingen zonder eigen rechtspersoonlijkheid, te veroordelen om bij de plaatsing van opdrachten,

die ingevolge het bepaalde in de Richtlijn Leveringen, de Raamwet EG-voorschriften Aanbestedingen en het Besluit Overheidsaanbestedingen behoren te worden aanbesteed, en die betreffen de levering van fotokopieer- en printapparatuur, als bedoeld in de Advertentie, ten behoeve van de Instellingen, gebruik te maken van de procedure die de Richtlijn Leveringen, de Raamwet EG-voorschriften Aanbestedingen en het Besluit Overheidsaanbestedingen in het betreffende geval voorschrijven, dit ongeacht of deze opdrachten worden geplaatst overeenkomstig het bepaalde in de Raamovereenkomst;

C. de Staat, althans de Staat handelend door middel van de instellingen zonder eigen rechtspersoonlijkheid, te verbieden om opdrachten, die ingevolge het bepaalde in de Richtlijn Leveringen, de Raamwet EG-voorschriften Aanbestedingen en het Besluit Overheidsaanbestedingen behoren te worden aanbesteed, en die betreffen de levering van fotokopieer- en printapparatuur, als bedoeld in de Advertentie, ten behoeve van de Instellingen, te plaatsen overeenkomstig het bepaalde in de Raamovereenkomst;

D. de Staat te verbieden om er op enigerlei wijze medewerking aan te verlenen dat één of meer instellingen opdrachten,

die ingevolge het bepaalde in de Richtlijn Leveringen, de Raamwet EG-voorschriften Aanbestedingen en het Besluit Overheidsaanbestedingen behoren te worden aanbesteed, en die betreffen de levering van fotokopieer- en printapparatuur, als bedoeld in de Advertentie, ten behoeve van de Instellingen, plaatsen overeenkomstig de bepalingen van de Raamovereenkomst, en/of op basis van de Raamovereenkomst;

E. de Staat, meer in het bijzonder het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, te veroordelen om aan de Instellingen binnen tien dagen nadat door het Hof arrest werd gewezen, een brief te versturen waarvan de inhoud is weergegeven in de productie 1 bij de memorie van grieven, althans met een, door het Hof in goede justitie te bepalen inhoud, en aan Canon c.s. binnen 14 dagen na betekening van het arrest in deze aan te tonen dat aan deze vordering werd voldaan;

F. de Staat te veroordelen om aan Canon c.s. te vergoeden de schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, die Canon c.s. hebben geleden en zullen lijden ten gevolge van de toerekenbare tekortkoming in de nakoming, althans de toerekenbare onrechtmatige daad, van de Staat jegens Canon c.s., daaruit bestaande dat de door de Staat gehouden Aanbesteding niet voldeed aan de eisen die de Richtlijn Leveringen, de Raamwet EG-voorschriften Aanbestedingen en het Besluit Overheidsaanbestedingen daaraan stellen;

G. althans (subsidiair): in deze de maatregelen te bevelen die het Hof in goede justitie vermeent te behoren.

Bij arrest van 16 maart 2000 heeft het Hof het vonnis waarvan hoger beroep vernietigd en opnieuw rechtdoende:

In de zaak tegen Canon Benelux B.V.:

1. de Staat, handelend door middel van de Instellingen zonder eigen rechtspersoonlijkheid, geboden om bij de plaatsing van opdrachten voor fotokopieer- en printapparatuur waarvoor op grond van de Richtlijn Leveringen een verplichting tot aanbesteding geldt, de daarvoor ingevolge de Richtlijn Leveringen gel-dende procedure te volgen ongeacht of de betreffende opdracht wordt geplaatst onder de Raamovereenkomst;

2. de Staat geboden om binnen veertien dagen na betekening van dit arrest een brief van de in het dictum van het arrest opgenomen inhoud te sturen aan de Instellingen die eigen rechtspersoonlijkheid bezitten, met bepaling dat de Staat binnen tien dagen na verzending van deze brieven een kopie daarvan aan Canon Benelux zal doen toekomen;

3. de Staat veroordeeld tot betaling aan Canon Benelux van schadevergoeding, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

4. het meer of anders gevorderde afgewezen.

In de zaak tegen Canon Europa:

Canon Europa niet-ontvankelijk in haar vorderingen verklaard.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft de Staat beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Canon Benelux heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De Staat heeft de zaak doen toelichten door zijn advocaat mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai, advocaat te 's-Gravenhage. Canon Benelux heeft de zaak namens haar advocaat doen toelichten door mr. W.D.H. Asser, advocaat te Amsterdam.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

3.1 Het gaat in deze zaak om de vraag, kort samengevat, of de Staat bij de op 26 juli 1997 aangekondigde aanbesteding van een raamovereenkomst tot het leveren van fotokopieer- en printapparatuur bij het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij de bepalingen van de Richtlijn Leveringen (93/36/EEG) in acht heeft genomen. Het Hof heeft geoordeeld dat dit niet het geval is en dat de Staat aan Canon Benelux de schade dient te vergoeden die deze daardoor heeft geleden.

3.2 Daarbij heeft het Hof in rov 5.3 het volgende vooropgesteld. Het Hof laat in het midden in hoeverre het in het algemeen toelaatbaar is een raamovereenkomst aan te besteden op grond waarvan de aanbestedende dienst de vrijheid behoudt onder de reikwijdte van de raamovereenkomst vallende opdrachten elders aan te besteden, en eveneens of in het algemeen aanbestedende diensten onder een in beginsel op hen rustende verplichting tot aanbesteding kunnen uitkomen door zich aan te sluiten bij een bestaande, wel overeenkomstig de regels aanbestede, raamovereenkomst waarbij zij weliswaar geen partij zijn, maar waarin een derdenbeding is opgenomen dat hun het recht geeft om opdrachten onder die raamovereenkomst te plaatsen. Voorts gaat het Hof ervan uit dat die gang van zaken in elk geval niet ertoe mag leiden dat het object van de aanbesteding onvoldoende bepaald is, waardoor de door de Richtlijn Leveringen beoogde transparantie en gelijke behandeling van inschrijvers bij de aanbesteding van overheidsopdrachten zouden worden doorkruist. Dit uitgangspunt wordt in cassatie - terecht - niet bestreden.

3.3.1 De onderdelen 1, 2 en 3 van het middel zijn gericht tegen de rov. 5.4, 5.5 en 5.6, waarin het Hof, kort samengevat, als volgt heeft overwogen. In rov. 5.4 heeft het Hof geoordeeld dat in dit geval het object van de aanbesteding onvoldoende bepaald is in de hiervoor bedoelde zin. Vervolgens heeft het Hof in rov. 5.5 overwogen dat dit gebrek, zoals nader door het Hof uitgewerkt, niet ondervangen kan worden door het gebruik van een staffel, zoals door de Staat gesuggereerd, en dat de stelling van de Staat dat vier partijen wel hebben ingeschreven, niet tot een ander oordeel leidt. In rov. 5.6 verwerpt het Hof het argument van de Staat dat deze niet over de volgens het Hof ontbrekende informatie beschikt.

3.3.2 De in deze onderdelen vervatte klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot be-antwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.4 Volgens onderdeel 4 geeft het Hof in rov. 5.7 van het bestreden arrest blijk van een onjuiste rechtsopvatting door voor de aansprakelijkheid van de Staat voor de schade die Canon Benelux door de onjuiste aanbestedingsprocedure heeft geleden - en de daarop volgende verwijzing naar de schadestaatprocedure - voldoende te oordelen dat de mogelijkheid dat Canon Benelux schade heeft geleden, niet valt uit te sluiten. Dit onderdeel mist feitelijke grondslag. Gelet op hetgeen het Hof hier verder overweegt en op hetgeen Canon Benelux had aangevoerd, heeft het Hof kennelijk geoordeeld dat de mogelijkheid dat Canon Benelux schade heeft geleden, aannemelijk is. Aldus gelezen geeft 's Hofs oordeel niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Ook dit onderdeel kan dan ook niet tot cassatie leiden.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt de Staat in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Canon Benelux begroot op € 286,88 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp als voorzitter en de raadsheren C.H.M. Jansen, A.G. Pos, A. Hammerstein en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 25 januari 2002.