Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AD5361

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-01-2002
Datum publicatie
11-01-2002
Zaaknummer
R01/039HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AD5361
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 101a, geldigheid: 2002-01-11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 2
JWB 2002/9

Uitspraak

11 januari 2002

Eerste Kamer

Rek.nr. R01/039HR

SB

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vader], wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, gevestigd te Utrecht,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 3 augustus 1999 ter griffie van de Rechtbank te Zwolle ingediend verzoekschrift heeft verweerder in cassatie - verder te noemen: RvdK - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - uit het ouderlijk gezag over de minderjarigen

- [kind 1] geboren op 29 juli 1993 te [geboorteplaats]

- [kind 2] geboren op 16 juni 1997 te [geboorteplaats] te ontzetten.

De vader heeft het verzoek bestreden ter mondelinge behandeling van het verzoek.

De Rechtbank heeft bij beschikking van 17 november 1999 de vader ontzet uit het ouderlijk gezag over voornoemde minderjarigen.

Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.

Bij beschikking van 11 januari 2001 heeft het Hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.

De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het Hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De RvdK heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst J.K. Moltmaker strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, als voorzitter, H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 11 januari 2002.