Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2002:AD4924

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18-01-2002
Datum publicatie
18-01-2002
Zaaknummer
C00/106HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AD4924
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 28
JWB 2002/18

Uitspraak

18 januari 2002

Eerste Kamer

Nr. C00/106HR

SB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. H.J.W. Alt,

t e g e n

BELLEVUE ROERMOND C.V., gevestigd te Roermond,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie - verder te noemen: Bellevue - heeft bij exploit van 5 juli 1996 eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd de gevolgen van de in de inleidende dagvaarding bedoelde koopovereenkomst te wijzigen in dier voege dat het nadeel daaruit voor Bellevue zodanig zal worden hersteld, dat [eiseres] - behoudens rente en kosten - boven de overeengekomen koopsom alsnog zal hebben te betalen de som van ƒ 144.429,56 en op grond van deze wijziging, [eiseres] te veroordelen om aan Bellevue te betalen de som van ƒ 152.922,44, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten.

[Eiseres] heeft de vordering bestreden en harerzijds een vordering in reconventie ingesteld. Deze vordering speelt in cassatie geen rol meer.

De Rechtbank heeft bij vonnis van 12 november 1997 in conventie [eiseres] veroordeeld om aan Bellevue te voldoen een bedrag van ƒ 145.429,56, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 januari 1996 tot aan de dag der algehele voldoening over een bedrag van ƒ 144.429,56.

Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. [Eiseres] heeft gevorderd het vonnis van de Rechtbank van 12 november 1997 te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, Bellevue niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, althans deze vordering af te wijzen en Bellevue alsnog te veroordelen aan [eiseres] te betalen een bedrag van ƒ 20.000,--, althans ƒ 10.573,66, althans een bedrag als het Gerechtshof in goede justitie zal bepalen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Bij arrest van 21 december 1999 heeft het Hof het bestreden vonnis bekrachtigd.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen de niet verschenen Bellevue is verstek verleend.

De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Bellevue begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren R. Herrmann, als voorzitter, H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 18 januari 2002.