Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2001:ZD3022

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26-10-2001
Datum publicatie
12-11-2001
Zaaknummer
1312
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:ZD3022
Rechtsgebieden
Civiel recht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Nr. 1312

26 oktober 2001

JV

In de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

tegen

de gemeente Almelo,

zetelende te Almelo,

verweerster in cassatie,

advocaat: mr. J.W. Meijer.

1. Geding in vorige instanties

1.1. Voor het verloop van het geding voorafgaande aan zijn arrest van 20 november 1996, nr. 1218, NJ 1997, 288, verwijst de Hoge Raad naar dat arrest.

1.2. Bij dat arrest heeft de Hoge Raad in het principaal en in het incidenteel beroep het vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Almelo van 6 december 1995 vernietigd, het geding ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar het Gerechtshof te Arnhem en de kosten van het geding in cassatie aldus gecompenseerd dat partijen elk de eigen kosten dragen.

1.3. Het Hof heeft - voor zover in cassatie van belang - bij het thans bestreden eindarrest van

19 september 2000 de schadeloosstelling voor [eiser] vastgesteld op f 520.444, de Gemeente veroordeeld tot betaling aan [eiser] van een bedrag van f 43.559 vermeerderd met de wettelijke rente daarover van

20 september 2000 tot de voldoening, alsmede tot betaling van f 8897,50 ter zake van kosten [C] Vastgoed, f 17.625 ter zake van kosten accountantskantoor [A] B.V., f 1481,25 ter zake van kosten [B] advies, taxatie en verkoop van boomkwekerijen, en

f 31.350 (inclusief f 350 wegens verschotten) ter zake van in het geding in eerste aanleg gemaakte kosten van de raadsman van [eiser], de kosten van diens procureur daaronder begrepen, de Gemeente voorts veroordeeld in de kosten van de door de Rechtbank en van de door het Hof benoemde deskundigen, en de kosten van het geding voor het Hof gecompenseerd in dier voege dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

2.1. [eiser] heeft het arrest bestreden met vijf middelen van cassatie. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2. De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.3. Partijen hebben hun standpunten doen toelichten door hun advocaten. [eiser] heeft gerepliceerd.

2.4. De Advocaat-Generaal Groeneveld heeft op

13 juni 2001 geconcludeerd tot verwerping van het beroep in cassatie.

3. Beoordeling van de middelen

3.1. Na verwijzing waren nog slechts aan de orde de vraag of, en zo ja tot welk bedrag, [eiser] als gevolg van de onteigening belastingschade lijdt, alsmede de vraag welke door [eiser] gemaakte kosten van rechtsbijstand of andere deskundige bijstand ten laste van de Gemeente dienen te komen, dit laatste in verband met de omstandigheid dat, nu niet was gebleken dat de Gemeente in de gelegenheid was geweest zich uit te laten over de in het vernietigde vonnis onder 22a tot en met 22f vermelde rekeningen, de Rechtbank die rekeningen niet in de beoordeling van die vraag had mogen betrekken.

3.2. De eerste twee middelen betreffen de wijze van berekening van de belastingschade. Deze middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu deze middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.3. Voorzover het derde middel erover klaagt dat het Hof bij de beantwoording van de hiervóór onder 3.1 als tweede vermelde vraag buiten de verwijzingsopdracht is getreden, faalt het op de in onderdeel 4.5 van de Conclusie van de Advocaat-Generaal vermelde grond. Het middel faalt ook voor het overige, omdat het zich richt tegen oordelen die geen blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting en voor het overige, als van feitelijke aard en niet ontoereikend of onbegrijpelijk gemotiveerd, in cassatie niet met vrucht kunnen worden bestreden.

3.4. Het vierde middel en het vijfde middel kunnen evenmin tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu deze middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op f. 632,20 aan verschotten en op

f. 3.000,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren D.H. Beukenhorst, L. Monné, P.J. van Amersfoort en J.W. van den Berge en door de raadsheer A. Hammerstein uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 oktober 2001.