Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2001:ZD2893

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-07-2001
Datum publicatie
22-10-2001
Zaaknummer
02028/00
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:ZD2893
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 82
Wetboek van Strafrecht 300
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2001, 504
NJ 2001, 620
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 juli 2001

Strafkamer

nr. 02028/00

LR/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 1 november 1999, nummer 24/000395-99, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Leeuwarden van 14 april 1999 - de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding primair en subsidiair tenlastegelegde en hem voorts ter zake van meer subsidiair "medeplegen van mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft" veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, alsmede tot het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte voor de duur van tachtig uren, in plaats van zes weken gevangenisstraf. Voorts heeft het Hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.

2.Geding in cassatie

Het beroep, dat kennelijk niet is gericht tegen de gegeven vrijspraak, is ingesteld door de verdachte.

Namens deze heeft mr. R.P. Snorn, advocaat te Heerenveen, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw kan worden berecht en afgedaan.

3.Beoordeling van het middel

3.1. Het middel strekt ten betoge dat de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed omdat uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen niet valt af te leiden dat de verdachte zwaar lichamelijk letsel aan het slachtoffer heeft toegebracht.

3.2.1. De bewezenverklaring houdt in dat de verdachte:

"op 19 december 1997 te Heerenveen, in de gemeente Heerenveen tezamen en in vereniging met een ander

opzettelijk mishandelend een persoon te weten

[slachtoffer] tegen diens hoofd heeft geschopt en gestompt, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken neus en een afgebroken voortand heeft bekomen en pijn heeft ondervonden".

3.2.2. De gebezigde bewijsmiddelen houden ten aanzien van het letsel het volgende in:

a. de verklaring van het slachtoffer tegenover de politie (bewijsmiddel 1):

"Ik had erge pijn aan mijn neus, linker kaak en linkeroog. In het ziekenhuis bleek dat mijn neus en voortand gebroken waren.".

b. de geneeskundige verklaring van [tandarts], tandarts te Heerenveen (bewijsmiddel 2):

"Uitwendig waargenomen letsel:

- afgebroken voortand; kroon op dit element is

noodzakelijk".

3.3. In aanmerking genomen hetgeen aldus omtrent het toegebrachte letsel is vastgesteld en in het bijzonder gelet op de omstandigheid dat de gebezigde bewijsmiddelen voor wat betreft de gebroken neus van het slachtoffer niets inhouden omtrent de aard van de breuk, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel, is het oordeel van het Hof dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen niet zonder meer begrijpelijk. De bewezenverklaring is dus niet naar behoren met redenen omkleed.

3.4. Het middel is dus terecht voorgesteld.

4.Slotsom

Uit hetgeen hiervoor onder 3 is overwogen volgt dat de bestreden uitspraak, voorzover aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen, niet in stand kan blijven en beslist moet worden als volgt.

5.Beslissing

De Hoge Raad:

Vernietigt de bestreden uitspraak, voorzover aan zijn oordeel onderworpen;

Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren F.H. Koster en J.P. Balkema, in bijzijn van de waarnemend-griffier H.H.A. de Nijs, en uitgesproken op 10 juli 2001.