Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2001:ZD2637

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-05-2001
Datum publicatie
15-11-2001
Zaaknummer
01587/99
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:ZD2637
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2001, 516
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 mei 2001

Strafkamer

nr. 01587/99

nf/IK

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 19 januari 1999, parketnummer21-001763-97, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden einduitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te [geboorteplaats] van 15 februari 1996 - de verdachte ter zake van "diefstal" veroordeeld tot een geldboete van zevenhonderdvijftig gulden, subsidiair vijftien dagen hechtenis.

2.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld.

De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen, behoudens voorzover daarbij het vonnis van de Politierechter is vernietigd, en de inleidende dagvaarding nietig zal verklaren.

3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

3.1. Een akte van uitreiking, gehecht aan het dubbel van de dagvaarding om te verschijnen op de terechtzitting van de Politierechter van 15 februari 1996 houdt slechts in dat die dagvaarding op 26 januari 1996 is aangeboden op het adres "[adres] [woonplaats]", maar aldaar niet is uitgereikt omdat daar niemand werd aangetroffen en vervolgens op 2 februari 1996 is teruggezonden aan de afzender.

3.2. De aantekening mondeling vonnis van de Politierechter van 15 februari 1996 houdt in dat dat vonnis bij verstek is gewezen.

3.3. Het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof van 5 januari 1999 houdt in dat de verdachte daar niet is verschenen. Evenmin blijkt daaruit dat hij op die terechtzitting door een raadsman werd verdedigd. Het Hof heeft het onderzoek op die terechtzitting wegens gewijzigde samenstelling opnieuw aangevangen.

3.4. Het onderhavige geval wordt daardoor gekenmerkt dat de verdachte niet aanwezig was ter terechtzitting waarop het onderzoek naar aanleiding waarvan het bestreden arrest werd gewezen, plaatsvond en dat hij op die terechtzitting niet door een advocaat werd verdedigd. Onder die omstandigheden kan niet worden gezegd dat de verdachte de gelegenheid heeft gehad om tegenover de appèlrechter te klagen over de wijze van betekening van de inleidende dagvaarding.

3.5. Nu de akte van uitreiking van de inleidende dagvaarding niet inhoudt dat die dagvaarding aan de griffier is uitgereikt en als gewone brief naar het adres van de verdachte is verzonden, is de inleidende dagvaarding niet betekend overeenkomstig art. 588, derde lid aanhef en onder c, Sv, zodat die dagvaarding nietig is.

4. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee, dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en dat beslist moet worden als volgt.

5.Beslissing

De Hoge Raad:

Vernietigt de bestreden uitspraak behoudens voorzover daarbij het vonnis van de Politierechter is vernietigd;

Verklaart de inleidende dagvaarding nietig.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 15 mei 2001.