Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2001:ZC3699

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-10-2001
Datum publicatie
05-10-2001
Zaaknummer
R01/036HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:ZC3699
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2001, 513

Uitspraak

5 oktober 2001

Eerste Kamer

Rek.nr. R01/036HR

AT

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Verzoeker], wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. F.M. Wachter,

t e g e n

DE GEMEENTE HOOGEZAND-SAPPEMEER, gevestigd te Hoogezand-Sappemeer,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een ter griffie van het Kantongerecht te Zuidbroek ingediend verzoekschrift, gedateerd 14 augustus 1998, heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de Gemeente - zich gewend tot de Kantonrechter aldaar en verzocht vast te stellen dat door verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - en [betrokkene A] - verder te noemen: [betrokkene A] - aan de Gemeente een bedrag ad ƒ 85.327,07 zal worden voldaan, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, en te bepalen dat zij die gelden verschuldigd zijn of worden aan [betrokkene A] en [verzoeker] gezamenlijk of aan één hunner, aan de Gemeente zullen voldoen hetgeen is vastgesteld.

[Betrokkene A] en [verzoeker] hebben het verzoek bestreden.

De Kantonrechter heeft bij beschikking van 24 augustus 2000 vastgesteld dat door [betrokkene A] en [verzoeker] aan de Gemeente zal worden voldaan, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, een bedrag ad ƒ 85.327,07.

Tegen deze beschikking heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Groningen.

Bij beschikking van 16 januari 2001 heeft de Rechtbank de bestreden beschikking bekrachtigd.

De beschikking van de Rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het Hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Gemeente heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar de Rechtbank te Groningen.

3. Beoordeling van het middel

3.1 Het gaat in deze zaak om terugvordering door de Gemeente van kosten van bijstand die over de periode van 1 maart 1994 tot 1 april 1997 aan [betrokkene A] is verleend. In cassatie moet, deels veronderstellenderwijs, ervan worden uitgegaan dat [betrokkene A] de bijstand als gezinsbijstand ontving en dat [verzoeker] met haar in de bewuste periode duurzaam een gezamenlijke huishouding voerde. Bedoelde vordering is zowel tegen [betrokkene A] als tegen [verzoeker] ingesteld. In cassatie is echter nog uitsluitend de vordering tegen [verzoeker] aan de orde.

3.2 De Gemeente heeft, wat [verzoeker] betreft, een beroep gedaan op de hoofdelijke aansprakelijkheid van de art. 59a ABW en 84 Abw. Nadat de Kantonrechter dit beroep had aanvaard, met toewijzing van de vordering tegen [verzoeker], heeft de Rechtbank een door deze laatste daartegen gerichte grief verworpen en de beschikking van de Kantonrechter bekrachtigd.

3.3 Het middel bestrijdt deze beslissing terecht. Dienaangaande kan de Hoge Raad hier volstaan met een verwijzing naar zijn beschikking van 3 maart 1995, nr. 8564, NJ 1997, 184, waaruit blijkt dat in gevallen van gezinsbijstand een terugvordering als de onderhavige, gericht tegen degene die in de bewuste periode met de ontvanger van de bijstand een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerde, is uitgesloten.

3.4 De bij het middel opgeworpen vraag of het terugvorderingsbesluit dat aan de onderhavige vordering ten grondslag ligt, al dan niet vóór 1 juli 1997 bekend werd gemaakt, en of in verband daarmee de zaak terecht bij de Kantonrechter is aangebracht (vgl. HR 22 december 2000, nr. R00/033, NJ 2001, 58), zal na verwijzing alsnog moeten worden onderzocht.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de beschikking van de Rechtbank te Groningen van 16 januari 2001;

verwijst het geding ter verdere behandeling en beslissing naar het Gerechtshof te Leeuwarden;

veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verzoeker] begroot op ƒ 5.270,-- in totaal, waarvan ƒ 5.065,-- op de voet van art. 57b Rv. te betalen aan de Griffier, en ƒ 205,-- aan [verzoeker].

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, J.B. Fleers en A.G. Pos, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 5 oktober 2001.