Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2001:ZC3692

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-10-2001
Datum publicatie
19-10-2001
Zaaknummer
C99/353HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:ZC3692
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2001, 554
JWB 2001/265

Uitspraak

19 oktober 2001

Eerste Kamer

Nr. C99/353HR

CP

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. R. Menschaert,

t e g e n

STICHTING ADVOCATEN SOFTWARE, gevestigd te Lelystad,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. J. Vermeulen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie - verder te noemen: SAS - heeft bij exploit van 7 mei 1996 eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - gedagvaard voor het Kantongerecht te Amsterdam en gevorderd [eiseres] te veroordelen om aan SAS te betalen de somma van ƒ 1.492,70 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de van dagvaarding tot aan de dag van algehele betaling.

[Eiseres] heeft de vordering bestreden en harerzijds in reconventie gevorderd te verklaren voor recht dat SAS toerekenbaar tekort is geschoten, en dat de overeenkomst met betrekking tot levering en installatie van het programma als ontbonden geldt en dat SAS gehouden is tot schadevergoeding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, alsmede ter restitutie aan [eiseres] te betalen de som van ƒ 3.619,-- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 januari 1995 tot aan de dag der voldoening.

SAS heeft de vorderingen bestreden.

De Kantonrechter heeft bij vonnis van 15 januari 1998 de vordering in conventie toegewezen en in reconventie afge-wezen.

Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Amsterdam. Zij heeft haar eis vermeerderd in dier voege dat zij tevens vordert

-te verklaren voor recht dat SAS toerekenbaar is tekortgeschoten c.q. onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiseres] door gebruik te maken van haar retentie- en opschortingsrecht;

- SAS te veroordelen tot schadevergoeding nader op te maken bij staat.

Bij vonnis van 28 juli 1999 heeft de Rechtbank het bestreden vonnis bekrachtigd.

Het vonnis van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de Rechtbank heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

SAS heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam.

3. Beoordeling van de middelen

3.1 In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten zoals die zijn vastgesteld door de Rechtbank in haar vonnis onder 2.

3.2 Bij nota's van 16 februari 1995, 22 februari 1995 en 10 april 1995 heeft SAS aan [eiseres] meerwerk in rekening gebracht voor in totaal ƒ 1141,34. Deze nota's zijn onbetaald gebleven. SAS heeft in conventie betaling gevorderd van deze nota's. [Eiseres] heeft verweer gevoerd tegen voormelde vordering en in reconventie gevorderd, verkort weergegeven en voor zover in cassatie van belang, ontbinding van de overeenkomst van 5 december 1994, vergoeding van haar schade op te maken bij staat en terugbetaling van hetgeen reeds is voldaan.

De Kantonrechter heeft de vordering in conventie toegewezen en die in reconventie afgewezen.

In hoger beroep heeft [eiseres] haar eis aldus vermeerderd dat zij zich tevens erop heeft beroepen dat SAS toerekenbaar is tekortgeschoten c.q. onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiseres] door gebruik te maken van haar retentie- en opschortingsrecht.

De Rechtbank heeft vooropgesteld dat de grieven beogen het geschil in volle omvang aan de Rechtbank voor te leggen en zich derhalve lenen voor gezamenlijke behandeling. Zij is tot de slotsom gekomen dat de grieven falen en heeft het vonnis van de Kantonrechter bekrachtigd.

3.3 De middelen I en II keren zich tegen het oordeel van de Rechtbank in haar rov. 7 dat [eiseres] de meerwerk-facturen aan SAS is verschuldigd, en de voor dit oordeel in rov. 6 gegeven motivering.

3.4 De Rechtbank heeft geoordeeld dat [eiseres] niet met zoveel woorden heeft betwist dat door SAS daadwerkelijk tien extra uren zijn besteed aan instructie en dat door SAS bij pleidooi in hoger beroep nog onweersproken is gesteld dat SAS extra instructies heeft moeten geven op verzoek van [eiseres]. Deze oordelen, die van feitelijke aard zijn en derhalve in cassatie niet op juistheid kunnen worden getoetst, zijn tegen de achtergrond van het debat van partijen zoals daarvan blijkt uit de gedingstukken niet onbegrijpelijk noch onvoldoende gemotiveerd. De tegen deze oordelen gerichte klachten falen derhalve.

3.5.1Ook de klacht die erop neerkomt dat de Rechtbank ten onrechte de grondslag van de vordering, te weten: het verricht hebben van (extra) onderhouds- en reparatiewerkzaamheden, heeft verlaten door zonder de wettelijk voorgeschreven wijziging van eis de vordering in conventie te beoordelen en toe te wijzen op de grondslag van verricht meerwerk bestaande in tien uren extra instructie, kan niet tot cassatie leiden.

3.5.2 In de dit geding inleidende dagvaarding is betaling gevorderd van de drie voormelde nota's met wettelijke rente. Met betrekking tot deze nota's is in deze dagvaarding vermeld dat zij betrekking hebben op onderhouds- en reparatiewerkzaamheden. Naar blijkt uit de verdere stukken van het geding, is onduidelijkheid blijven bestaan over de vraag op welke werkzaamheden deze nota's - die door partijen niet in het geding zijn gebracht - nu precies betrekking hadden. In de memorie van antwoord onder 11 is vermeld dat er slechts extra kosten in rekening zijn gebracht "voor extra werkzaamheden welke niet in het basispakket zijn verdisconteerd." Bij deze memorie zijn specificaties overgelegd bij de nota's van 16 en 22 februari 1995. Deze specificaties houden een urenver-antwoording in, waarin melding gemaakt wordt van reistijd en werkzaamheden.

3.5.3 Kennelijk en, in het licht van de gedingstukken niet onbegrijpelijk, is de Rechtbank ervan uitgegaan dat de meerwerkfacturen betrekking hadden op "extra werkzaamheden welke niet in het basispakket zijn verdisconteerd".

3.5.4 In het audiëntieblad van de openbare terechtzitting van de voor de Rechtbank gehouden pleidooien is onder meer vermeld dat [betrokkene A], voorzitter van SAS, op een vraag van de voorzitter heeft medegedeeld dat de meer-werkfacturen betrekking hadden op extra instructie-uren, omdat de afgesproken acht uur aan instructie niet voldoende bleken te zijn. Met "de afgesproken acht uur aan instructie" wordt klaarblijkelijk gedoeld op de op 5 december 1994 afgesproken, door van Eeghen betaalde acht uur instructie.

3.5.5 Het in 3.5.2 - 3.5.4 overwogene leidt tot de slotsom dat de Rechtbank in conventie recht heeft gedaan op de in 3.5.3 vermelde grondslag, zoals desgevraagd toegelicht bij pleidooi. De in 3.5.1 vermelde klacht mist derhalve feitelijke grondslag.

3.6 Het oordeel van de Rechtbank dat [eiseres] de meer-werkfacturen die betrekking hebben op tien uren extra instructie, aan SAS verschuldigd is, geeft voorts niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het is ook niet onbegrijpelijk, noch onvoldoende gemotiveerd. Daarop stuiten de overige klachten van de middelen 1 en II af.

3.7 Middel III keert zich tegen het oordeel van de Rechtbank in haar rov. 9 dat SAS zich met recht heeft beroepen op een retentie- c.q. opschortingsrecht. Het middel faalt op de gronden vermeld onder 3.11 - 3.18 van de conclusie van de Advocaat-Generaal Spier.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SAS begroot op ƒ 623,20 aan verschotten en ƒ 3.000,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren R. Herrmann, J.B. Fleers, H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 19 oktober 2001.