Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2001:ZC3685

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-10-2001
Datum publicatie
15-10-2001
Zaaknummer
C00/038HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:ZC3685
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 101a, geldigheid: 2001-10-12
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2001, 539
JWB 2001/246

Uitspraak

12 oktober 2001

Eerste Kamer

Nr. C00/038HR

NS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[De man], wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. drs. R. Müller,

t e g e n

[De vrouw], wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: de man - heeft bij exploit van 27 november 1996 verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd:

1. te verklaren voor recht, dat het valselijk aangifte doen door de vrouw, als zou de man zich hebben schuldig gemaakt aan feitelijke aanranding van een of meer personen, jegens de man onrechtmatig is geweest;

2. de vrouw te veroordelen om aan de man te vergoeden de schade, die de man heeft geleden door het jegens hem onrechtmatig handelen van de vrouw, ad ƒ 25.000,--;

3. de vrouw te veroordelen in de kosten van het geding en in de kosten, die de man heeft moeten maken voor buitengerechtelijke juridische bijstand ad ƒ 1.500,--.

De vrouw heeft de vordering bestreden.

De Rechtbank heeft bij vonnis van 12 november 1997 de vordering afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft de man hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 16 september 1999 heeft het Hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het herstelexploit zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Tegen de vrouw is verstek verleend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.B. Bakels strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 101a RO en met veroordeling van de man in de kosten, aan de zijde van de vrouw te begroten op nihil.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beant-woording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt de man in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de vrouw begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 12 oktober 2001.