Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2001:ZC3676

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-10-2001
Datum publicatie
15-10-2001
Zaaknummer
C00/312HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:ZC3676
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2001, 541
JWB 2001/244

Uitspraak

12 oktober 2001

Eerste Kamer

Nr. C00/312HR

AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser], wonende te [woonplaats], Republiek Malta,

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. E. van Staden ten Brink,

t e g e n

KINETICS TECHNOLOGY INTERNATIONAL B.V., gevestigd te Zoetermeer,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. M.H. van der Woude.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 11 februari 1994 verweerster in cassatie - verder te noemen: KTI - gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Gravenhage (ingeschreven onder rolnummer 94/0661, zaak I) en gevorderd:

a.voor recht te verklaren dat KTI geen (auteurs)rechten heeft op het Spyro-computerprogramma;

b.voor recht te verklaren dat KTI [eiser] er ten onrechte van heeft beschuldigd gebruik te hebben gemaakt van geheime bedrijfsinformatie ("know-how") van KTI bij de ontwikkeling van zijn stoomkraak-simulatie computerprogramma;

c.KTI te veroordelen aan [eiser] te vergoeden de door hem geleden en nog te lijden schade, welke het gevolg is van de stellingen van KTI - en de daaruit voortgevloeid hebbende procedures - dat KTI (auteurs)rechthebbende was c.q. is van het Spyro-programma en dat [eiser] voor de ontwikkeling van zijn stoomkraak-simulatie computerprogramma gebruik zou hebben gemaakt van geheime bedrijfsinformatie ("know-how") van KTI, welke schade nader zal worden opgemaakt bij staat en vereffend volgens de wet.

KTI heeft de vorderingen bestreden.

Bij exploit van 25 februari 1994 heeft KTI [eiser] op haar beurt gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Gravenhage (ingeschreven onder rolnummer 94/0751, zaak II). Na wijziging van eis heeft KTI gevorderd:

(i) [Eiser] onmiddellijk, althans onmiddellijk na betekening van het vonnis, te verbieden aan enig persoon enig gegeven te verschaffen of aan te bieden of aan derden in het algemeen openbaar te maken betreffende het hiervoor bedoelde SPYRO computerprogramma (buiten de SPYRO computerruns, hetgeen de Rechtbank reeds bij vonnis van 15 december 1981 heeft verboden) en/of (gedeeltes uit) het daarvan afgeleide PHENICS en/of PHENCO-programma, en (enig) bedrijfsgeheim(en), in welke vorm dan ook in verband daarmee, zoals met betrekking tot stoomkraakprocessen; zulks op verbeurte van een dwangsom van ƒ 1.000.000,-- ( een miljoen gulden) voor iedere overtreding van dit verbod;

(iia) [Eiser] met onmiddellijke ingang, althans onmiddellijk na de betekening van het vonnis, te verbieden direct of indirect buiten de Verenigde Staten inbreuk te maken op de auteursrechten van KTI op het SPYRO-programma en/of (gedeeltes uit) het daarvan afgeleide PHENICS en/of PHENCO programma en de daarbij behorende documentatie, zulks op straffe van een dwangsom van ƒ 1.000.000,-- (een miljoen gulden) voor iedere overtreding van dit verbod;

(iib) [Eiser] met onmiddellijke ingang althans onmiddellijk na de betekening van het vonnis, te verbieden direct of indirect buiten de Verenigde staten enige betrokkenheid bij ieder computersimulatie-programma - hoe ook genaamd -, meer in het bijzonder te verbieden direct of indirect buiten de Verenigde Staten enige betrokkenheid bij ieder computer-simulatieprogramma op het gebied van het stoomkraken - hoe ook genaamd - tot het moment waarop in rechte onherroepelijk is komen vast te staan dat [eiser] beschikt over een computerprogramma waarvan hij zelf de maker is en waarop hij zelf de auteursrechten heeft, zulks op straffe van een dwangsom van ƒ 1.000.000,-- (een miljoen gulden) voor iedere overtreding van dit verbod;

(iii) (voor zover daaraan krachtens enig in kort geding gegeven bevel niet reeds (volledig) is voldaan: [eiser] te bevelen aan KTI binnen drie dagen na de betekening van het te wijzen vonnis aan KTI af te geven alle documenten, gegevens en materialen die [eiser] van KTI onder zich heeft of nog zal verkrijgen, in het bijzonder alle documentatie betreffende het SPYRO-programma en/of (gedeeltes uit) het daarvan afgeleide PHENICS en/of PHENCO-programma, zulks op verbeurte van een dwangsom van ƒ 100.000,-- voor iedere dag dat [eiser] in gebreke blijft aan dit bevel te voldoen;

(iv) (voor zover daaraan krachtens enig kort geding bevel niet reeds (volledig) is voldaan): [eiser] te bevelen binnen vijf werkdagen na de betekening van het ten deze te wijzen vonnis aan (de raadsman van) KTI een door een te goeder naam en faam bekend staande registeraccountant opgestelde en als juist ondertekende schriftelijke opgave te verschaffen van alle vennootschappen, ondernemingen of andere personen aan wie het buiten de Verenigde Staten van Amerika (gegevens betreffende) het SPYRO-computerprogramma en/of (gedeeltes uit) het daarvan afgeleide PHENICS en/of PHENCO programma aangeboden of verschaft heeft, zulks op verbeurte van een dwangsom van ƒ 100.000,-- voor iedere dag dat [eiser] in gebreke b1ijft aan dit bevel te voldoen;

(v) (voor zover [eiser] hieraan niet reeds krachtens een kort geding bevel zal hebben voldaan): [eiser] te bevelen om binnen vijf werkdagen na de betekening van het ten deze te wijzen vonnis aan degenen aan wie hij gegevens omtrent het SPYRO-computerprogramma en/of (gedeeltes uit) het daarvan afgeleide PHENICS-programma heeft verschaft of aanbiedingen dienaangaande heeft gedaan de hun ter beschikking gestelde documenten en materialen terug te vragen teneinde die aan KTI af te geven, zulks op verbeurte van een dwangsom van ƒ 100.000,-- voor iedere dag dat [eiser] in gebreke zou blijven aan dit bevel te voldoen;

(vi) (voor zover [eiser] hieraan niet reeds krachtens een daartoe strekkend bevel in kort geding heeft voldaan): [eiser] te bevelen binnen vijf werkdagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis aan (de raadsman van) KTI een schriftelijke opgave te doen, opgesteld door een te goeder naam en faam bekend staande, in Nederland gevestigde registeraccountant (niet zijnde de eigen accountant van [eiser]), van alle door [eiser] of diens echt- of huisgenote gehouden activa, hoe ook genaamd en in welk land ter wereld ook gehouden, welke opgave in elk geval dient te bevatten - doch niet beperkt dient te blijven tot -gelden, aandelen, opties of andere geldswaarden, rechten op naam, rechten aan toonder, onroerende en roerende goederen, intellectuele eigendomsrechten die [eiser] bezit, onder zich houdt, waarvan [eiser] eigenaar is, respectievelijk waarop [eiser] direct of indirect beschikkingsrechten heeft, alsmede, voor zover redelijkerwijze mogelijk, een eveneens door een registeraccountant opgestelde en goedgekeurde opgave te doen van die activa, a1s hiervoor vermeld, die [eiser] gedurende een periode van drie jaar, voorafgaande aan de datum van het vonnis heeft vervreemd, bezwaard, in bruikleen heeft gegeven, zulks op verbeurte van een dwangsom van ƒ 100.000,-- per dag en/of per keer dat [eiser] niet of niet volledig aan dit bevel voldoet;

(vii) [Eiser] te veroordelen tot betaling van schadevergoeding nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 november 1980 (zijnde de datum van de inleidende dagvaarding van de procedure 80/5207), althans een door de Rechtbank te bepalen tijdstip tot de dag der voldoening en/of - naar keuze van KTI -aan haar de winst af te dragen welke [eiser] door zijn onrechtmatige handelingen in Nederland en daarbuiten de USA uitgezonderd - heeft genoten, waarbij de betreffende keuze door KTI zal kunnen worden opgemaakt nadat [eiser] ter zake op de door de wet bepaalde wijze rekening en verantwoording zal hebben afgelegd.

(viii) [Eiser] te veroordelen in de kosten van dit geding.

[Eiser] heeft deze vorderingen bestreden.

De Rechtbank heeft beide zaken gevoegd behandeld.

Bij tussenvonnis van 1 maart 1995 heeft de Rechtbank in zaak II [eiser] bewijs opgedragen van zijn stelling dat het programma PHENICS (daaronder begrepen het programma PHENCO) zelf heeft ontwikkeld en niet heeft ontleend aan het programma SPYRO (daaronder begrepen CHEMCO) en een comparitie van partijen gelast met het oog op een deskundigenrapportage. Voorts heeft de Rechtbank in zaak I en zaak II iedere verdere beslissing aangehouden. Na een op 6 december 1996 gehouden comparitie van partijen in zaak II heeft de Rechtbank bij eindvonnis van 3 september 1997 de vorderingen in zaak I afgewezen. In zaak II heeft de Rechtbank:

a. [Eiser] verboden direct of indirect buiten de Verenigde Staten inbreuk te maken op de auteursrechten van KTI op het SPYRO-programma, daaronder begrepen het verveelvoudigen of openbaarmaken van (gedeeltes uit) het daarvan afgeleide PHENICS en/of PHENCO programma en de daarbij behorende documentatie, zulks op straffe van een dwangsom van ƒ 1.000.000,-- (een miljoen gulden) voor iedere overtreding van dit verbod;

b. [Eiser] verboden direct of indirect buiten de Verenigde Staten enige betrokkenheid bij het openbaarmaken - verkopen daaronder begrepen - van een computer-simulatieprogramma op het gebied van het stoomkraken - hoe ook genaamd - tot een maand na het moment waarop een door KTI aan te wijzen deskundige daarin vertrouwelijk inzage heeft gehad teneinde vast te stellen of dit programma niet is ontleend aan het programma SPYRO, zulks op straffe van een dwangsom van ƒ 1.000.000,-- (een miljoen gulden) voor iedere overtreding van dit verbod;

c. [Eiser] bevolen (voor zover daaraan krachtens enig kort geding bevel niet, reeds (volledig) is voldaan): binnen twintig werkdagen na de betekening van dit vonnis aan (de raadsman van) KTI een door een registeraccountant opgestelde en als juist ondertekende schriftelijke opgave te verschaffen van alle vennootschappen, ondernemingen of andere personen aan wie het buiten de Verenigde Staten van Amerika (gegevens betreffende) het SPYRO-computerprogramma en/of (gedeeltes uit) het PHENICS en/of PHENCO programma aangeboden of verschaft heeft, zulks op verbeurte van een dwangsom van ƒ 100.000,-- voor iedere dag dat [eiser] in gebreke mocht blijven aan dit bevel te voldoen;

d. [Eiser] bevolen (voor zover hij hieraan niet reeds krachtens een kort geding bevel zal hebben voldaan): om binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis aan degenen aan wie hij gegevens omtrent het SPYRO-computerprogramma en/of (gedeeltes uit) het daarvan afgeleide PHENICS-programma heeft verschaft of aanbiedingen dienaangaande heeft gedaan de hun ter beschikking gestelde documenten en materialen terug te vragen teneinde die aan KTI af te geven, zulks op verbeurte van een dwangsom van ƒ 100.000,-- voor iedere dag dat [eiser] in gebreke mocht blijven aan dit bevel te voldoen;

e. [Eiser] bevolen (voor zover hij hieraan niet reeds krachtens een kort geding bevel zal hebben voldaan): om binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis aan KTI af te geven alle documenten en alle digitale informatiedragers voor zover zich daarop (gedeelten van) het SPYRO-programma en/of het daaraan ontleende PHENICS-programma bevinden, zulks op verbeurte van een dwangsom van ƒ 100.000,-- voor iedere dag dat [eiser] in gebreke mocht blijven aan dit bevel te voldoen;

f. [Eiser] bevolen (voor zover hij hieraan niet reeds krachtens een daartoe strekkend bevel in kort geding heeft voldaan): binnen twintig werkdagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis aan (de raadsman van) KTI een schriftelijke opgave te doen, opgesteld door een in Nederland gevestigde registeraccountant (niet zijnde de eigen accountant van [eiser]), van alle op de datum van dit vonnis door [eiser] gehouden activa, hoe ook genaamd en in welk land ter wereld ook gehouden, welke opgave in elk geval dient te bevatten - doch niet beperkt dient te blijven tot gelden, aandelen, opties of andere geldswaarden, rechten op naam, rechten aan toonder, onroerende en roerende goederen, intellectuele eigendomsrechten die [eiser] bezit, onder zich houdt, waarvan [eiser] eigenaar is, respectievelijk waarop [eiser] direct of indirect beschikkingsrechten heeft, zulks op verbeurte van een dwangsom van ƒ 100.000,-- per dag en/of per keer dat [eiser] niet of niet volledig aan dit bevel mocht voldoen;

g.[Eiser] veroordeeld tot vergoeding van de schade die KTI heeft geleden als gevolg van de in rechtsoverweging 12 bedoelde onrechtmatige handelwijze van [eiser], nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 november 1980 tot de dag der voldoening of - naar keuze van KTI - aan haar de winst af te dragen welke [eiser] door zijn onrechtmatige handelingen in Nederland en daarbuiten - de USA uitgezonderd -heeft genoten met het programma PHENICS (PHENCO daaronder begrepen), waarbij de betreffende keuze door KTI zal kunnen worden opgemaakt nadat [eiser] terzake op de door de wet bepaalde wijze rekening en verantwoording zal hebben afgelegd.

Tegen beide vonnissen van de Rechtbank heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. KTI heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij tussenarrest van 13 juli 2000 heeft het Hof [eiser] toegelaten tot de levering van het onder 5 van zijn arrest bedoelde (tegen)bewijs en iedere verdere beslissing aangehouden.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

KTI heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

3.1 De Hoge Raad verwijst voor de feiten waarvan in cassatie kan worden uitgegaan naar de feiten die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal Langemeijer onder 1.1.

3.2 De in de onderdelen 1.1 - 1.4 en in de onderdelen 2.1 en 2.2 aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu deze klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.3 De in de onderdelen 3.2 - 3.4 vervatte klachten, onderdeel 3.1 bevat geen klacht, zijn gericht tegen 's Hofs rov. 5 en 6.

Het gaat hierbij om het volgende. [eiser] heeft bij de Rechtbank te 's-Gravenhage een procedure aanhangig gemaakt tegen KTI onder rolnummer 94/0661. Deze procedure is door het Hof aangeduid als "zaak 1". KTI heeft enige tijd later tegen [eiser] een vordering ingesteld bij dezelfde Rechtbank onder rolnummer 94/0751. Deze zaak is door het Hof aangeduid als "zaak 2". Deze procedures heeft de Rechtbank gevoegd behandeld. Zij heeft de vordering van [eiser] in zaak 1 afgewezen en de vordering van KTI in zaak 2 toegewezen.

In zijn rov. 5 bespreekt het Hof de grieven 2 tot en met 7 in zaak 1 en grief 5 in zaak 2. Het gaat hierbij, naar het Hof, in cassatie onbestreden, vaststelt om de vraag of het auteursrecht op het Spyro-programma geldig aan KTI is overgedragen. In rov. 5 bespreekt het Hof vervolgens uitsluitend de vraag of prof. M. Dente, prof. E. Ranzi en ing. F. Losco de makers zijn van het Spyro-programma. Het komt tot het oordeel dat zulks het geval is, echter voorlopig, namelijk behoudens tegenbewijs door [eiser]. Het Hof laat [eiser] tot dit tegenbewijs toe. In rov. 6 overweegt het Hof vervolgens dat het na de bewijslevering de overige grieven in het principaal beroep en de grieven in het incidenteel beroep zal behandelen.

De onderdelen 3.1 - 3.4 van het middel gaan uit van de opvatting dat het Hof, behoudens door [eiser] te leveren tegenbewijs, de grieven 2 - 7 in zaak 1 en grief 5 in zaak 2 als geheel afgedaan beschouwt. De onderdelen 3.2 - 3.4 verwijten het Hof dat het door aldus te oordelen niet alle grieven onder 2 - 7 in zaak 1 en onder 5 in zaak 2 heeft besproken. Deze onderdelen gaan echter uit van een te beperkte lezing van hetgeen het Hof in zijn rov. 6 overweegt. Deze overweging moet klaarblijkelijk aldus worden opgevat dat het Hof, na beoordeling van het door [eiser] bij te brengen bewijs, alle nog niet besproken grieven zal behandelen, ook de nog niet besproken grieven onder 2 - 7 in zaak 1 en grief 5 in zaak 2. De in de onderdelen 3.2 - 3.4 vervatte klachten gaan derhalve uit van een verkeerde lezing van 's Hofs arrest. Zij kunnen daarom niet tot cassatie leiden.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van KTI begroot op ƒ 632,20 aan verschotten en ƒ 3.000,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H.J. Mijnssen als voorzitter en de raadsheren G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp, R. Herrmann, A. Hammerstein en A.E.M. van der Putt-Lauwers, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 12 oktober 2001.