Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2001:ZC3632

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-07-2001
Datum publicatie
16-07-2001
Zaaknummer
C99/315HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:ZC3632
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2001, 444
NJ 2001, 497
RvdW 2001, 137
JWB 2001/198
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 juli 2001

Vakantiekamer

Nr. C99/315HR

CP

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

HARDSTAAL HOLDING B.V., gevestigd te Lemmer,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. R.F. Thunnissen,

t e g e n

AANNEMERSBEDRIJF BOVRY B.V., gevestigd te Dronten,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie - verder te noemen: Bovry - heeft bij exploit van 12 mei 1995 eiseres tot cassatie - verder te noemen: Hardstaal Holding - gedagvaard voor de Rechtbank te Leeuwarden en gevorderd Hardstaal Holding te veroordelen om aan Bovry tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de somma van ƒ 129.629,-- - vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 30 januari 1995 tot de dag der algehele voldoening - één en ander met (voorzoveel nodig) bevestiging van de partiële ont-binding van de tussen partijen op 29 september 1994 ge-sloten overeenkomst.

Hardstaal Holding heeft de vordering bestreden.

De Rechtbank heeft bij vonnis van 6 maart 1996 de vordering van Bovry ten dele toegewezen.

Tegen dit vonnis heeft Hardstaal Holding hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Leeuwarden.

Nadat het Hof bij tussenarrest van 9 september 1998 Bovry had opgedragen zich bij akte uit te laten over de door haar gestelde schade, heeft het Hof bij eindarrest van 30 juni 1999 het vonnis van de Rechtbank vernietigd en, op-nieuw rechtdoende, Hardstaal Holding veroordeeld om aan Bovry tegen kwijting te voldoen een bedrag van ƒ 57.794,--- te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 30 januari 1995 tot de dag der algehele voldoening.

De arresten van het Hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het Hof heeft Hardstaal Holding beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Bovry heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Leeuwarden.

De advocaat van Bovry heeft bij brief van 11 mei 2001 op deze conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen

3.1 In cassatie moet van het volgende worden uitgegaan.

(i) Op 14 september 1994 heeft Bovry schriftelijk aan "Konstr. Bedr. Hardstaal B.V." verzocht op grond van bij-gevoegde tekening en bestek een prijsopgave te doen voor (het behandelen van) de staalconstructie van de sporthal "Het Dok" te Dronten. Het schrijven van Bovry bevat een voorgedrukte verwijzing naar haar toepasselijke "algemene voorwaarden uitvoering burgerwerk en kleine aannemingen in het bouwbedrijf".

(ii) Bij brief van 20 september 1994 is aan Bovry een offerte uitgebracht met betrekking tot het leveren en monteren van genoemde staalconstructie. Deze brief bevat een voorgedrukte verwijzing naar de toepasselijke algemene voorwaarden: de Metaalunievoorwaarden, ook wel Smeco-mavoorwaarden genoemd. Bij de offerte is, evenals bij de onder (iii) te noemen opdrachtbevestiging, gebruik gemaakt van briefpapier dat als koptekst op een zwarte ondergrond alleen de naam "Hardstaal" vermeldt met daaronder in hele kleine letters "constructie & machinefabriek" en in de kop ter rechterzijde onder meer Hardstaal BV, KvK Utrecht 90942 en het adres Lemsterpad 46 Lemmer.

(iii) Bij brief van 4 oktober 1994 is een mondeling op 28 september 1994 door Bovry gegeven opdracht voor het tegen de som van ƒ 150.000,-- leveren en monteren van de staal-constructie voor "Het Dok" schriftelijk aan haar beves-tigd.

(iv) Het dossiernummer KvK Utrecht 90942 correspondeert met het dossier van Hardstaal Holding, gevestigd aan het Lemsterpad 46 te Lemmer.

(v) Bij de uitvoering van het werk zijn problemen ontstaan ten aanzien van de kwaliteit van (de hechting van) het verfwerk.

(vi) Bovry heeft het werk voor de som van ƒ 86.000,-- door Kampstaal laten afmaken.

3.2 Aan haar hiervoor onder 1 vermelde vorderingen heeft Bovry ten grondslag gelegd - kort gezegd - dat tussen haar en Hardstaal Holding een aannemingsovereenkomst met betrekking tot de staalconstructie tot stand is gekomen, dat deze overeenkomst door Hardstaal Holding niet behoor-lijk is nagekomen en dat zij als gevolg daarvan schade heeft geleden.

De Rechtbank heeft het enige in eerste aanleg door Hard-staal Holding gevoerde verweer, te weten: dat niet zij maar Hardstaal B.V., gevestigd te Lemmer aan de Uitheijing 4, met Bovry had gecontracteerd, verworpen en de gevorderde schadevergoeding toegewezen.

3.3 In hoger beroep heeft Hardstaal Holding het vonnis van de Rechtbank met een tweetal grieven bestreden. Het Hof heeft grief I, die gericht was tegen het oordeel van de Rechtbank dat Hardstaal Holding en niet Hardstaal B.V. de wederpartij van Bovry bij de aannemingsovereenkomst was, in zijn tussenarrest verworpen en vervolgens in zijn ein-darrest grief II, waarmee Hardstaal Holding alsnog inhou-delijk verweer voerde tegen de vordering, ten dele ge-grond bevonden. Aan de verwerping van grief I, waaraan het Hof de slotsom verbond dat Bovry terecht in haar vor-dering ontvankelijk was verklaard, liggen de volgende overwegingen ten grondslag:

"3. Het briefpapier waarnaar Hardstaal Holding B.V. verwijst draagt als koptekst op een zwarte onder-grond alleen de naam "Hardstaal" met daaronder in hele kleine letters "constructie & machinefabriek" en in de kop ter rechter zijde onder meer de adresvermelding: Lemsterpad 46 Lemmer.

Gelet op deze feiten gevoegd bij de verwijzing naar het reeds genoemde dossiernummer [90942] bij de Kamer van Koophandel te Utrecht, hetwelk correspondeert met het dossier van Hardstaal Holding gevestigd aan het Lemsterpad 46 te Lemmer, kon Bovry er in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van uitgaan dat zij had gecontracteerd met Hardstaal Holding B.V. Het feit dat de brieven van 20 september 1994 en 4 oktober 1994 zijn ondertekend namens Hardstaal B.V. doet aan het voorgaande niet af."

3.4.1 Middel A keert zich met een aantal motiveringsklachten tegen deze overwegingen en de daaraan door het Hof verbonden slotsom.

3.4.2 De Hoge Raad zal eerst de klacht behandelen dat het Hof het verweer van Hardstaal Holding dat Hardstaal B.V. haar niet jegens Bovry kan binden "door het enkel refereren aan een handelsregisternummer" onbesproken heeft gelaten, hoewel dit verweer kardinaal is voor het antwoord op de vraag of Bovry het vertrouwen mocht hebben met Hardstaal Holding te hebben gecontracteerd.

Deze klacht berust op het uitgangspunt dat de hiervoor in 3.1 onder (ii) onderscheidenlijk (iii) genoemde offerte en opdrachtbevestiging van Hardstaal B.V. afkomstig zijn. Dit uitgangspunt - en daarmee het hiervoor vermelde verweer - is door het Hof evenwel in rov. 3 van zijn tussenarrest verworpen. De klacht kan derhalve wegens gemis aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden.

3.4.3 Voorts klaagt het middel dat het Hof door zijn oordeel, dat Hardstaal Holding de wederpartij van Bovry is, te baseren op het enkele feit dat op het bij de offerte en de opdrachtbevestiging gebruikte briefpapier een verwijzing staat naar een handelsregisternummer van Hardstaal Holding en dat alleen de naam Hardstaal zonder nadere specificatie op dit briefpapier voorkomt, de plank misslaat nu het briefpapier in de kop ter rechterzijde niet alleen het adres vermeldt, maar ook nadrukkelijk de woorden "Hardstaal B.V.".

De klacht berust in verschillende opzichten op een onjuiste lezing van het tussenarrest. In de eerste plaats omdat het Hof zijn oordeel mede heeft gebaseerd op a) het feit dat het op het briefpapier vermelde adres Lemsterpad 46 te Lemmer overeenkomt met het adres van de vennoot-schap - Hardstaal Holding - die onder het eveneens op het briefpapier vermelde nummer 90942 is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te Utrecht en b) de vermelding "constructie & machinefabriek". In de tweede plaats omdat het Hof, waar het overweegt dat het briefpapier als koptekst op een zwarte ondergrond alleen de naam "Hardstaal" draagt met daaronder in hele kleine letters "constructie & machinefabriek", klaarblijkelijk slechts het oog heeft op hetgeen in de kop ter linkerzijde is vermeld. De klacht kan derhalve wegens gemis aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden.

3.4.4 Voorzover het middel ten slotte de klacht inhoudt dat het oordeel dat Hardstaal Holding de wederpartij van Bovry is in het licht van de vermelding van de naam "Hardstaal B.V." in de kop ter rechterzijde van het briefpapier en van de ondertekening namens Hardstaal B.V. van zowel de offerte als de orderbevestiging onjuist, althans zonder nadere - door het Hof niet gegeven - motivering onbegrijpelijk is, faalt het. 's Hofs oordeel kan als verweven met waarderingen van feitelijke aard in cassatie niet op juistheid worden getoetst. Het behoefde ook geen nadere motivering.

3.5 Middel B.1 keert zich tegen het oordeel van het Hof (tussenarrest rov. 11) dat de algemene voorwaarden van Bovry, waarnaar Bovry in haar brief van 14 september 1994 verwijst, op de rechtsverhouding tussen partijen van toepassing zijn. Het middel klaagt dat het Hof de verwij-zing naar de algemene voorwaarden in de offerte van 20 september 1994 als de eerste, voor de toepassing van art. 6:225 lid 3 BW relevante verwijzing had behoren te beschouwen, en niet de verwijzing in de daaraan vooraf-gaande brief van 14 september 1994, welke brief een ver-zoek om een prijsopgave, en derhalve een uitnodiging tot het doen van een aanbod, behelst. Artikel 6:225 lid 3 ziet immers op aanbod en aanvaarding en daaronder kan, aldus het middel, een zodanige uitnodiging niet mede worden begrepen.

Het middel faalt omdat, in overeenstemming met het in de conclusie van de Advocaat-Generaal Langemeijer onder 2.12 aangehaalde standpunt van de regering, moet worden aangenomen dat de regel van art. 6:225 lid 3 ook van toepas-sing is in het zich hier voordoende geval dat het aanbod dat is gevolgd op een uitnodiging tot het doen van een aanbod, en die uitnodiging naar verschillende algemene voorwaarden verwijzen.

3.6.1 Middel B.2 keert zich in de eerste plaats tegen het passeren (eindarrest rov. 5) van het door Hardstaal Holding gedane aanbod om te bewijzen dat de staalcon-structie voor "Het Dok" voor niet meer dan ƒ 59.930,--, althans voor een lager bedrag dan ƒ 86.000,-- (de som die Kampstaal aan Bovry in rekening heeft gebracht) vervangen had kunnen worden. Naar het oordeel van het Hof was dit aanbod niet ter zake doend omdat Hardstaal Holding noch had gesteld noch had aangeboden te bewijzen "dat Bovry in de omstandigheden waarin zij destijds verkeerde en de tijdnood waarin zij was geraakt een ander (construc-tie)bedrijf van gelijk niveau bereid had kunnen vinden het onderhavige werk af te maken voor een (aanneem)som van ƒ 59.930,--, althans voor een bedrag lager dan ƒ 86.000,--." Naar het middel betoogt is deze redengeving onbegrijpelijk nu vanzelfsprekend het bewijsaanbod, dat het ook goedkoper had gekund, zag op goedkopere mogelijkheden binnen het raam van de omstandigheden van het geval.

3.6.2 Bij de beoordeling van deze klacht moet het volgende in aanmerking worden genomen. Hardstaal Holding heeft in haar memorie van grieven aangevoerd dat ƒ 86.000,-- geen reële beloning voor het werk was en dat een en ander voor een bedrag van ƒ 60.000,-- verricht had moeten kunnen worden. Daarop heeft Bovry de desbetreffende nota's van Kampstaal overgelegd. Vervolgens heeft Hardstaal Holding bij pleidooi uitdrukkelijk bewijs aangeboden van haar stelling dat het werk voor ƒ 60.000,-- verricht had moeten kunnen worden. Deze stelling heeft zij ten slotte bij akte nader gepreciseerd aldus dat de vervangende constructie niet meer behoefde te kosten dan ƒ 59.930,--, zijnde het bedrag dat zij in haar aan de offerte van 20 september 1994 ten grondslag liggende calculatie had opgenomen voor de uiteindelijk door Kampstaal verrichte (vervangende) werkzaamheden.

Tegen deze achtergrond bezien is de door het Hof aan de stellingen van Hardstaal Holding en het door haar gedane bewijsaanbod gegeven uitleg niet onbegrijpelijk. Uitgaande van deze uitleg heeft het Hof terecht geoordeeld dat de door Hardstaal Holding te bewijzen aangeboden stelling niet beslissend was voor de uitkomst van het onderhavige geschilpunt. De eerste klacht van het middel faalt derhalve.

3.6.3 Middel B.2 klaagt in de tweede plaats dat het Hof in rov. 25 van zijn eindarrest ten onrechte het door Hardstaal Holding gedane algemene bewijsaanbod als onvoldoende gespecificeerd heeft verworpen. Naar het middel betoogt had het Hof dit bewijsaanbod niet op de wijze zo-als het heeft gedaan mogen passeren nu uit de stellingen van Hardstaal Holding "toch valt af te leiden welke feiten en of omstandigheden voor bewijslevering in aanmerking komen mede gelet op de opgave van met name genoemde personen, die dat bewijs als getuigen zouden kunnen leveren." Het middel verzuimt evenwel te vermelden op welke stellingen de klacht betrekking heeft. Het voldoet daarom niet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv. en kan om die reden niet tot cassatie leiden.

4.Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt Hardstaal Holding in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Bovry begroot op ƒ 1.547,20 aan verschotten en ƒ 3.000,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H.J. Mijnssen als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, H.A.M. Aaftink, O. de Savornin Lohman en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 13 juli 2001.