Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2001:AD7286

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-12-2001
Datum publicatie
20-12-2001
Zaaknummer
1318
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:AD7286
Rechtsgebieden
Civiel recht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 1318

14 december 2001

RP

in de zaak van

1. [Eiser 1],

wonende te [woonplaats] (België),

2. Zuidnederlandse Investeringsmaatschappij B.V. i.o.,

gevestigd te Eindhoven,

eisers tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,

tegen

de Staat der Nederlanden,

waarvan de zetel is gevestigd te 's-Gravenhage,

verweerder in cassatie,

advocaat: mr. H.A. Groen,

en

[verweerder 2],

wonende te [woonplaats],

verweerder in cassatie,

niet verschenen.

1. Geding in feitelijke instantie

1.1. De Staat heeft bij exploit van 22 september 2000 [verweerder 2] doen dagvaarden voor de Arrondissementsrechtbank te Breda en ten behoeve van de aanleg van een in de dagvaarding nader omschreven gedeelte van de Hogesnelheidslijn-Zuid en van de verbreding en verlegging van de weg Rotterdam-Dordrecht-Breda-Belgische grens (rijksweg 16), in de gemeenten Moerdijk en Drimmelen, gevorderd de vervroegd uit te spreken onteigening ten name van de Staat van de volgende perceelgedeelten: kadastraal bekend gemeente [...], sectie [...], nummer [...], ter grootte van 2 ha, 44 a en 65 ca (grondplannummer [A]), kadastraal bekend gemeente [...], sectie [...], nummer [...], ter grootte van 2 ha en 22 a (grondplannummer [B]) en kadastraal bekend gemeente [...], sectie [...], nummer [...], ter grootte van 5 ha, 89 a en 30 ca (grondplannummer [C]).

1.2. [Eiser 1] en Zuidnederlandse Investeringsmaatschappij B.V. i.o. hebben vervolgens om tussenkomst en voeging in het geding verzocht.

1.3. Bij vonnis van 28 november 2000 heeft de Rechtbank in het incident [eiser 1] en Zuidnederlandse Investeringsmaatschappij B.V. i.o. toegelaten als tussenkomende partijen in het in de hoofdzaak aanhangige geding tot onteigening, de zaak verwezen naar een rolzitting voor akte na tussenvonnis aan de zijde van de Staat en zich elke verdere beslissing gereserveerd. Het vonnis is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

2.1. [Eiser 1] en Zuidnederlandse Investerings-maatschappij B.V. i.o. hebben het vonnis van 28 november 2000 met een middel van cassatie bestreden. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2. De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.3. Eisers en de Staat hebben hun standpunten schriftelijk doen toelichten door hun advocaten.

2.4. De Advocaat-Generaal J.W. Ilsink heeft op 28 september 2001 geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

3. De ontvankelijkheid van het cassatieberoep

[Eiser 1] en Zuidnederlandse Investerings-maatschappij B.V. i.o. hebben de rechtbank in het incident verzocht tot tussenkomst en tot voeging in het geding tot onteigening. De rechtbank heeft hen bij vonnis van 28 november 2000 als tussenkomende partij in het rechtsgeding toegelaten. Bij dat vonnis heeft de rechtbank de zaak verder verwezen naar een rolzitting en zich elke verdere beslissing voorbehouden. Nu dit vonnis wat het verzoek tot voeging betreft, niet een eindvonnis is, zal de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk;

veroordeelt eisers in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op ƒ 632,20 aan verschotten en op ƒ 3000 voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren L. Monné en J.W. van den Berge, en door de raadsheer A. Hammerstein uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 december 2001.