Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2001:AD7157

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-12-2001
Datum publicatie
14-12-2001
Zaaknummer
36643
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BNB 2002/81
FED 2002/21
WFR 2002/50, 1
V-N 2002/2.6 met annotatie van Redactie
FutD 2001-2382
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 36.643

14 december 2001

JV

gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 13 september 2000, nr. BK-99/01464, betreffende na te melden aan X te Z opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1. Aanslagen, bezwaar en geding voor het Hof

Aan belanghebbende is voor het jaar 1996 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 102.936, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.

Het Hof heeft de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de aanslag verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen van ƒ 84.616. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Het Hof heeft het belastbare inkomen, dat door de Inspecteur was vastgesteld op ƒ 102.936, verminderd tot ƒ 84.616. Daarbij heeft het Hof als persoonlijke verplichtingen in aanmerking genomen een bedrag van ƒ 3000 wegens rente, die echter - naar het Hof kennelijk over het hoofd heeft gezien - al in het door de Inspecteur berekende belastbare inkomen was verwerkt. Het middel, waarin deze vergissing aan de orde wordt gesteld, slaagt derhalve.

3.2. Uit het vorenoverwogene volgt dat de uitspraak van het Hof niet in stand kan blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep gegrond,

vernietigt de uitspraak van het Hof, behoudens de beslissingen omtrent het griffierecht en de proceskosten,

vernietigt de uitspraak van de Inspecteur, en

vermindert de aanslag tot een aanslag naar een belastbaar inkomen van ƒ 87.616.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren P.J. van Amersfoort en J.W. van den Berge, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 14 december 2001.