Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2001:AD5904

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-11-2001
Datum publicatie
21-11-2001
Zaaknummer
02377/00 H
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Tribunaalbesluit
Wet overgang bijzondere rechtspleging
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2001, 695
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 november 2001

Strafkamer

nr. 02377/00 H

AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kantonrechter te Utrecht van 11 oktober 1948 ingediend door:

[de aanvraagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1922, wonende te [woonplaats] (België).

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Kantonrechter heeft de aanvraagster ter zake van 1. "het als Nederlander, die op de datum van het in werking treden van het Tribunaalbesluit de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, tijdens de vijandelijke bezetting van het Rijk in Europa: de vijand hulp en steun hebben verleend" en 2. "openlijk hebben doen blijken van ingenomenheid met de vijand" tot internering, waarbij de Kantonrechter in overweging heeft gegeven deze in de duur te beperken tot twee maanden en twee dagen met inbegrip van de tijd in bewaring doorgebracht, en ontzetting van het recht van kiezen en de verkiesbaarheid bij krachtens wettelijk voorschrift uitgeschreven verkiezingen.

2. De aanvraag tot herziening

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van de aanvraag

3.1. De aanvraag tot herziening betreft een uitspraak van de Kantonrechter op grond van het Tribunaalbesluit (Stb E 101) in verbinding met de Wet overgang bijzondere rechtspleging (Wet van 13 mei 1948, Stb I 186). In zijn beschikking van 18 oktober 1949, NJ 1950, 4 heeft de Hoge Raad beslist dat herziening van uitspraken van Tribunalen volgens de wet niet openstaat.

3.2. Bij de Wet overgang bijzondere rechtspleging is de rechtsmacht van de Tribunalen overgegaan op de kantongerechten. Bij de totstandkoming van deze wet is aandacht besteed aan de vraag of het rechtsmiddel van herziening voor de tribunaalrechtspraak zou moeten worden ingevoerd. De aan de Eerste Kamer aangeboden Memorie van Antwoord houdt dienaangaande het volgende in:

"Het ligt vooralsnog niet in het voornemen van de ondergetekende, de totstandkoming van een revisie-instantie voor de tribunaalrechtspraak te bevorderen. De ondergetekende heeft op dit punt het advies ingewonnen van de Hoge Autoriteiten, die hem eenstemmig hebben bericht, dat, hoezeer misschien van theoretisch standpunt voor het openen van de

mogelijkheid tot herziening te voelen zou zijn, in de practijk van de behoefte aan herziening van tribunaaluitspraken haar niet in enig geval is gebleken." (zie Kamerstukken I 1947-1948, n° 88a p. 1 bij wetsvoorstel 627).

3.3. Gelet op het voorgaande staat het rechtsmiddel van herziening van het vonnis van de Kantonrechter niet open. De aanvraag kan reeds daarom niet worden ontvangen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de aanvraag niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en A.M.M. Orie, in bijzijn van de waarnemend-griffier H.H.A. de Nijs, en uitgesproken op 20 november 2001.

Mr. A.M.M. Orie is buiten staat dit arrest te ondertekenen.