Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2001:AD5364

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21-12-2001
Datum publicatie
21-12-2001
Zaaknummer
R01/070HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:AD5364
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 288
Faillissementswet 358
Wet op de rechterlijke organisatie 101a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2001, 766
JWB 2001/385
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

21 december 2001

Eerste Kamer

Rek.nr. R01/070HR

SB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoeker], wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P.A.M. Perquin.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 10 april 2001 ter griffie van de Rechtbank te Haarlem ingediend verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.

Nadat de Rechtbank [verzoeker] ter terechtzitting van 17 april 2001 had gehoord, heeft zij bij vonnis van die datum het verzoek afgewezen.

Tegen deze beschikking heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.

Na mondelinge behandeling op 18 mei 2001 heeft het Hof bij arrest van 22 mei 2001 het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het Hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren R. Herrmann, als voorzitter, A.E.M. van der Putt-Lauwers en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 21 december 2001.