Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2001:AD4937

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-12-2001
Datum publicatie
11-12-2001
Zaaknummer
R01/092HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:AD4937
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2001, 731
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

7 december 2001

Eerste Kamer

Rek.nr. R01/092HR

AP

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man], wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. M.G. Cantarella,

t e g e n

DE GEMEENTE 'S-GRAVENHAGE, zetelende te 's-Gravenhage,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. K.T.B. Salomons.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 14 september 1999 ter griffie van de Rechtbank te 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de Gemeente - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht te bepalen dat verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - aan de Gemeente verschuldigd is:

- met ingang van 1 januari 1999 een verhaalsbijdrage van ƒ 293,89 per maand, zolang de bijstandsverlening aan de vrouw mede ten behoeve van [het] minderjarige [kind 1] voortduurt;

- met ingang van 1 januari 1999 een verhaalsbijdrage van ƒ 293,89 per maand, zolang de bijstandsverlening aan de vrouw mede ten behoeve van [het] minderjarige [kind 2] voortduurt;

- met ingang van 1 januari 1999 een verhaalsbijdrage van ƒ 293,89 per maand, zolang de bijstandsverlening aan de vrouw mede ten behoeve van [het] minderjarige [kind 3] voortduurt.

Nadat de man dit verzoek had bestreden heeft de Gemeente haar verzoek gewijzigd. Zij heeft verzocht de onderhoudsbijdrage over de periode 1 januari 1999 tot 20 oktober 1999 op ƒ 496,78 per maand vast te stellen en vanaf 20 oktober 1999 op nihil.

De Rechtbank heeft bij beschikking van 14 november 2000 bepaald dat de man terzake van verhaal van kosten van bijstand van 14 april 1999 tot 20 oktober 1999 aan de Gemeente dient te betalen ƒ 496,78 per maand en dat de man de inmiddels ontstane achterstand dient te voldoen door betaling van ƒ 293,89 per maand.

Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De Gemeente heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij beschikking van 6 juni 2001 heeft het Hof de bestreden beschikking voor zover aan haar oordeel onderworpen vernietigd en, in zoverre opnieuw beschikkende, bepaald dat de man aan de Gemeente moet voldoen terzake van - ten behoeve van de vrouw en de minderjarigen - gemaakte kosten van bijstand, een bedrag van ƒ 400,-- per maand met ingang van 1 januari 1999 en tot 1 juli 1999 en een bedrag van ƒ 496,78 per maand met ingang van 1 juli 1999 en tot 20 oktober 1999. Het meer of anders verzochte heeft het Hof afgewezen.

De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het Hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Gemeente heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren R. Herrmann, als voorzitter, H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 7 december 2001.