Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2001:AD4320

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-11-2001
Datum publicatie
17-01-2002
Zaaknummer
01918/99
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:AD4320
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 326
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2002, 262
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 november 2001

Strafkamer

nr. 01918/99

KD/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 31 augustus 1999, nummer 20/000397-99, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, wonende te [woonplaats], ten tijde van het instellen van beroep in cassatie uit anderen hoofde gedetineerd in het Huis van Bewaring "Torentijd" te Middelburg.

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch van 23 januari 1998 - de verdachte ter zake van "oplichting" veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en aan de verdachte een betalingsverplichting opgelegd een en ander als in het arrest vermeld.

1.2. Het verkorte arrest en de aanvulling daarop als bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Door of namens deze zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.

De Advocaat-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen en de zaak zal verwijzen opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

3.1.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard hetgeen in de bestreden uitspraak op blz. 2 onder het hoofdje "De bewezenverklaring" is opgenomen.

3.1.2. Het Hof heeft de bewezenverklaring doen steunen op de bewijsmiddelen opgenomen in de aanvulling zoals bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv.

3.2. Het Hof heeft de tenlastelegging kennelijk aldus uitgelegd dat daarin aan de termen "valse hoedanigheid" en "listige kunstgreep" geen zelfstandige feitelijke

betekenis toekomt.

3.3. De enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als een bonafide huurder die in staat en voornemens is het gehuurde goed na ommekomst van de overeengekomen huurperiode terug te geven aan de verhuurder, levert niet op het aannemen van een valse hoedanigheid noch een listige kunstgreep in de zin van art. 326 Sr.

Het vorenoverwogene brengt mee dat het Hof hetgeen het heeft bewezenverklaard ten onrechte heeft gekwalificeerd als "oplichting".

4.Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:

Vernietigt de bestreden uitspraak;

Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem

opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens en E.J. Numann, in bijzijn van de waarnemend-griffier H.H.A. de Nijs, en uitgesproken op 13 november 2001.