Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2001:AD4003

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-10-2001
Datum publicatie
05-10-2001
Zaaknummer
R00/129HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:AD4003
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 474g, geldigheid: 2001-10-05
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 474aa, geldigheid: 2001-10-05
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2001, 511
NJ 2003, 266
JWB 2001/230

Uitspraak

5 oktober 2001

Eerste Kamer

Rek.nr. R00/129HR

NS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Verzoeker], wonende te [woonplaats] (Italië),

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

de Coöperatieve Vereniging VILLAGGIO DI SUNCLASS TIGNALE U.A., gevestigd te Zandvoort,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. M.V. Polak.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 29 april 1999 ter griffie van de Rechtbank te Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de coöperatie - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht bij beschikking te bepalen dat en binnen welke termijn tot verkoop en overdracht van de in beslag genomen lidmaatschapsrechten zal worden overgegaan en op welke wijze en onder welke voorwaarden deze verkoop zal dienen plaats te vinden.

[Verzoeker] heeft het verzoek bestreden.

Nadat de Rechtbank eerst op 21 september 1999 het verzoek ter terechtzitting had behandeld, heeft de Rechtbank op 26 oktober 1999 ter terechtzitting het verzoek verder behandeld, waarna de Rechtbank bij beschikking van 7 december 1999 heeft bepaald dat het lidmaatschapsrecht in de coöperatie aan welk lidmaatschapsrecht is verbonden het uitsluitend gebruik van een kavel nr. B 11 met de daarop gebouwde bungalow gelegen in de gemeente [...] te Italië en welk lidmaatschapsrecht staat op naam van [verzoeker], met inachtneming van de wettelijke en statutaire bepalingen door de deurwaarder - zonodig bijgestaan door een notaris - zullen worden verkocht en zullen worden overgedragen binnen twee jaren na heden.

Tegen deze beschikking heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.

Bij beschikking van 20 juli 2000 heeft het Hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.

De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het Hof heeft [verzoeker] bij verzoekschrift van 20 september 2000 beroep in cassatie ingesteld. Bij verzoekschrift van 26 oktober 2000 heeft [verzoeker] dit verzoek aangevuld. De cassatierekesten zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.

De coöperatie heeft verzocht [verzoeker] wegens overschrijding van de cassatietermijn niet-ontvankelijk te verklaren in zijn beroep voor zover dit is vervat in het aanvullend verzoekschrift en voor het overige het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van [verzoeker] in zijn cassatieberoep, voor zover dit berust op de in het aanvullend verzoekschrift tot cassatie aangevoerde klacht en tot verwerping van het cassatieberoep voor zover dit berust op de in het oorspronkelijk verzoekschrift tot cassatie aangevoerde klachten.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep

Op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal Strikwerda onder 10 dient [verzoeker] niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn beroep, voor zover dit berust op de in het aanvullend verzoekschrift tot cassatie aangevoerde klachten.

4. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten falen op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal Strikwerda onder 12 tot en met 21.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn beroep, voor zover dit berust op de in het aanvullend verzoekschrift tot cassatie aangevoerde klachten;

verwerpt het beroep voor het overige;

veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Villagio di Sunclass Tignale begroot op ƒ 525,-- aan verschotten en ƒ 2.500,-- voor salaris.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren R. Herrmann, als voorzitter, H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 5 oktober 2001.