Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2001:AD3979

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-11-2001
Datum publicatie
26-11-2001
Zaaknummer
C01/073HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:AD3979
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 101a
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 30
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 213
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 196
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 197
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 198
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2001, 691
JWB 2001/322
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23 november 2001

Eerste Kamer

Nr. C01/073HR

MP

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser], wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. drs. R.A. van der Hansz,

t e g e n

[Verweerder], wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 2 april 1996 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de Kantonrechter te Tiel en daarbij een vordering ingesteld, onder meer strekkende tot ontbinding van de tussen partijen bestaande huurovereenkomst, alsmede tot veroordeling van [verweerder] tot betaling van ƒ 21.250,-- exclusief B.T.W., te vermeerderen met de wettelijke rente.

[Verweerder] heeft deze vordering bestreden en zijnerzijds in reconventie gevorderd [eiser] te veroordelen tot betaling van ƒ 5.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente.

[Eiser] heeft de vordering in reconventie bestreden.Na een ingevolge een tussenvonnis van 5 juni 1996 op 28 juni 1996 gehouden comparitie van partijen heeft de Kantonrechter zich bij vonnis van 18 maart 1998, in conventie en in reconventie, onbevoegd verklaard om van de vordering kennis te nemen en de zaak naar de Kantonrechter te Gorinchem verwezen.

Bij eindvonnis van 22 maart 1999 heeft de Kantonrechter te Gorinchem de vordering in conventie grotendeelds afgewezen en de vordering in reconventie toegewezen.

Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Dordrecht.

Bij tussenvonnis van 16 februari 2001 heeft de Rechtbank, in reconventie, [eiser] toegelaten te bewijzen dat [verweerder] heeft erkend dat hij geen vordering meer op [eiser] heeft. Na getuigenverhoor heeft de Rechtbank bij eindvonnis van 29 november 2000 het vonnis van de Kantonrechter te Gorinchem van 22 maart 1999 zowel in conventie als in reconventie bekrachtigd.

Het eindvonnis van de Rechtbank van 29 november 2000 is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het in reconventie gewezen eindvonnis van de Rechtbank heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen de niet verschenen [verweerder] is verstek verleend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassa-tie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer O. de Savornin Lohman op 23 november 2001.