Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2001:AD3951

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-11-2001
Datum publicatie
23-11-2001
Zaaknummer
C00/034HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:AD3951
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2001, 686
JWB 2001/318
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23 november 2001

Eerste Kamer

Nr. C00/034HR

AP

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser], wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. B.D.W. Martens,

t e g e n

1. [Verweerster 1], wonende te [woonplaats],

2. [Verweerster 2], wonende te [woonplaats],

3. [Verweerder 3], wonende te [woonplaats],

4. [Verweerster 4], wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerder] c.s. - hebben bij exploit van 16 juli 1997 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - op verkorte termijn gedagvaard voor het Kantongerecht te Beetsterzwaag en gevorderd dat de Kantonrechter primair de huurovereenkomst tussen [verweerder] c.s. en [eiser] ontbindt, althans ontbonden verklaart, en meer subsidiair het tijdstip vaststelt waarop de huurovereenkomst tussen [verweerder] c.s. als verhuurder en [eiser] als huurder zal eindigen, met veroordeling van gedaagde om binnen één week na betekening van het in deze te wijzen vonnis het gehuurde met alle daarin aanwezige personen en zaken, voorzover deze laatste niet de eigendom van [verweerder] c.s. zijn, te verlaten en te ontruimen met afgifte der sleutels en al wat tot het gehuurde behoort in behoorlijke staat ter vrije en algehele beschikking van [verweerder] c.s. te stellen.

[Eiser] heeft de vordering bestreden.

Nadat de Kantonrechter bij tussenvonnissen van 25 november 1997, 28 april 1998 en 18 augustus 1998 de zaak naar de rol had verwezen, telkens voor akte uitlating van de zijde van [verweerder] c.s., heeft de Kantonrechter bij eindvonnis van 17 november 1998 de vordering van [verweerder] c.s. afgewezen.

Tegen de vonnissen van 25 november 1997, 18 augustus 1998 en 17 november 1998 hebben [verweerder] c.s. hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Leeuwarden.

De Rechtbank heeft bij vonnis van 20 oktober 1999 - het tussenvonnis van 25 november 1997 bekrachtigd;

- het tussenvonnis van 18 augustus 1998, alsmede het eindvonnis van 17 november 1998, vernietigd,

en opnieuw beslissende:

- de huurovereenkomst tussen partijen met ingang van die dag ontbonden;

- [eiser] veroordeeld om binnen één maand na betekening van dit vonnis het gehuurde, te weten het gedeelte met de naam [...] van het pand aan de [a-straat 1] te [woonplaats], gemeente Smallingerland, met alle daarin aanwezige personen en zaken, voorzover deze laatste niet eigendom van [verweerder] c.s. zijn, te verlaten en te ontruimen, met afgifte van de sleutels en al tot wat het gehuurde behoort in behoorlijke staat ter vrije en algehele beschikking van [verweerder] c.s. te stellen;

- [verweerder] c.s. gemachtigd om, indien [eiser] met ontruiming in gebreke mocht blijven, deze zelf te doen uitvoeren, desnoods met behulp van de sterke arm van politie en justitie;

- [verweerder] c.s. veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 3.500,-- aan verhuis- en inrichtingskosten.

Bij vonnis van 1 december 1999 heeft de Rechtbank het vonnis van 20 oktober 1999 uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

De vonnissen van de Rechtbank zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de vonnissen van de Rechtbank heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op ƒ 632,20 aan verschotten en ƒ 3.000,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren R. Herrmann, als voorzitter, H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer O. de Savornin Lohman op 23 november 2001.