Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2001:AB3105

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-10-2001
Datum publicatie
19-10-2001
Zaaknummer
C99/366HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:AB3105
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 37, geldigheid: 2001-10-19
Wet op de rechterlijke organisatie 101a, geldigheid: 2001-10-19
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2001, 556
JWB 2001/253

Uitspraak

19 oktober 2001

Eerste Kamer

Nr. C99/366HR

AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser], wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli,

t e g e n

[Verweerder], wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in voorgaande instanties

De Hoge Raad verwijst voor het verloop van dit geding tussen eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - en verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - naar zijn arrest van 29 november 1996, nr. 16108, NJ 1998, 17.

Bij dat arrest heeft de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 24 mei 1995 vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar het Gerechtshof te Arnhem.

Na een ingevolge een tussenarrest van het Hof van 19 mei 1998 op 22 september 1998 gehouden comparitie van partijen heeft het Hof bij tussenarrest van 3 augustus 1999, rechtdoende in hoger beroep, het tussen partijen in conventie gewezen vonnis van de Rechtbank te Maastricht van 1 december 1988 vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de tussen partijen op of omstreeks 30 december 1986 gesloten aannemingsovereenkomst ontbonden en [eiser] veroordeeld om aan [verweerder] te voldoen het bedrag van ƒ 370.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 9 oktober 1991. Bij laatstgenoemd tussenarrest heeft het Hof voorts, onder aanhouding van iedere verdere beslissing, de zaak naar de rol verwezen voor uitlating als vermeld in rov. 2.9 van dat arrest.

Beide arresten van het Hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het Hof van 19 mei 1998 en 3 augustus 1999 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen de niet verschenen [verweerder] is verstek verleend.

De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.B. Bakels strekt tot verwerping van het beroep met veroordeling van [eiser] in de kosten.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, J.B. Fleers en A.G. Pos, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 19 oktober 2001.