Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2001:AB3103

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
02-11-2001
Datum publicatie
02-11-2001
Zaaknummer
R01/047HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:AB3103
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2001, 596
JWB 2001/286
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

2 november 2001

Eerste Kamer

Rek.nr. R01/047HR

NS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De moeder], wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

[De oom], wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 9 december 1998 ter griffie van de Rechtbank te Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft verweerder in cassatie - verder te noemen: de oom - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht een regeling te treffen inzake de omgang tussen hemzelf en [het] minderjarige [kind].

Verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de moeder - heeft het verzoek tijdens de behandeling ter terechtzitting bestreden.

De Rechtbank heeft bij beschikking van 11 april 2000 bepaald dat - de oom [het kind] bij zich mag hebben eenmaal per twee maanden op de eerste zondagmiddag van die maand van 13:00 uur tot 17:00 uur;

- de moeder haar medewerking aan de uitvoering van deze beslissing dient te verlenen, bij gebreke waarvan zij een dwangsom verschuldigd zal zijn ten bedrage van ƒ 250,-- voor elke keer dat zij nalaat haar medewerking te verlenen aan de vastgestelde omgangsregeling.

Tegen deze beschikking heeft de moeder hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.

Bij beschikking van 25 januari 2001 heeft het Hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.

De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het Hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De oom heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst J.K. Moltmaker strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beant-woording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, J.B. Fleers en A.G. Pos, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 2 november 2001.