Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2001:AB2791

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26-10-2001
Datum publicatie
26-10-2001
Zaaknummer
C99/312HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:AB2791
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOR 2001/275
JOL 2001, 567
JWB 2001/270

Uitspraak

26 oktober 2001

Eerste Kamer

Nr. C99/312HR

AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiseres 1],

2. [Eiseres 2], beiden gevestigd te [vestigingsplaats],

de naamloze vennootschappen naar Belgisch recht

3. ACSA 92 N.V.,

4. WEST AFRICAN LINER AGENCIES N.V.,

beiden gevestigd te Antwerpen, België,

EISERESSEN tot cassatie,

advocaat: mr. R.S. Meijer,

t e g e n

SHIPDOCK AMSTERDAM B.V., gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. H.A. Groen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie - verder te noemen: Shipdock - heeft bij exploit van 28 maart 1997 eiseressen tot cassatie - verder afzonderlijk te noemen: [eiseres 1], [eiseres 2], ACSA en Walina, dan wel tezamen: [eiseres] c.s. - op verkorte termijn gedagvaard voor de Rechtbank te Amsterdam en, na wijziging van eis, gevorderd:

primair:

[Eiseres] c.s. te veroordelen om, [eiseres 1] voor 16,6%, [eiseres 2] voor 15%, ACSA voor 21,2% en Walina voor 47,2%, aan Shipdock te betalen het nog openstaande bedrag van haar vordering op Société Ivorienne de Transport Maritime (hierna: Sitram), zijnde voor [eiseres 1] ƒ 94.872,06, voor [eiseres 2] ƒ 85.727,76, voor ACSA ƒ 121.161,90 en voor Walina ƒ 269.756,70, een en ander te vermeerderen met de contractuele rente over ieder van die bedragen ad 1,5% per jaar sedert 6 maart 1996 dan wel met de wettelijke rente vanaf de dag van de inleidende dagvaarding, een en ander berekend tot aan de dag der voldoening;

Subsidiair:

te verklaren voor recht dat [eiseres] c.s. gehouden zijn ieder overeenkomstig hun voormelde aandelen, aan Shipdock te betalen het bedrag dat deze nog van Sitram te vorderen zal hebben na verdeling van de opbrengst van de "Agboville" en na verdeling van het liquidatiesaldo van Sitram, daarbij bepalende dat de vordering van Shipdock bedraagt een bedrag van ƒ 571.518,42 te vermeerderen met de contractuele rente over ƒ 482.310,-- ad 1,5% per maand sedert 6 maart 1996 dan wel met de wettelijke rente vanaf de dag van de inleidende dagvaarding, een en ander berekend tot aan de dag der voldoening.

[Eiseres] c.s. hebben de vordering bestreden.

De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 18 december 1996 [eiseres] c.s. tot bewijslevering toegelaten en iedere verdere beslissing aangehouden.

Tegen dit vonnis hebben [eiseres 1] en [eiseres 2] enerzijds en ACSA en Walina anderzijds hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam. Shipdock heeft verzocht beide zaken gevoegd te behandelen en incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij arrest van 17 juni 1999 heeft het Hof beide zaken gevoegd. Het Hof heeft voorts in het principaal appel het vonnis, voor zover aan haar oordeel onderworpen, bekrachtigd en beide zaken naar de Rechtbank te Amsterdam verwezen ter verdere behandeling. In het incidenteel appel heeft het Hof beide appellen afgewezen.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof hebben [eiseres] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Shipdock heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Shipdock mede door mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.B. Bakels strekt tot vernietiging van het bestreden arrest met verwijzing van de zaak naar het Hof 's-Gravenhage en tot veroordeling van Shipdock in de kosten.

De advocaat van [eiseres] c.s. heeft bij brief van 29 juni 2001 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) Shipdock heeft in de periode van 14 juli tot 23 augustus 1994 in opdracht van Sitram werkzaamheden verricht en zaken geleverd ten behoeve van het aan Sitram in eigendom toebehorende zeeschip Agboville, in verband waarmee Sitram volgens een 'statement of agreed costs' van 23 augustus 1994 ƒ 3.234.201,-- aan Shipdock verschuldigd was.

(ii) Op 22 augustus 1994 is het navolgende stuk (hierna aangeduid als payment schedule) ondertekend:

'M/V AGBOVILLE DRYDOCK AND REPAIRS PAYMENT SCHEDULE

The undersigned:

- [Eiseres 1] [plaats A], represented by [betrokkene B],

- [Eiseres 2] [vestigingsplaats], represented by [betrokkene C],

- ACSA 92 Antwerp, represented by [betrokkene D]

- Walina Antwerp, represented by [betrokkene E] as agents of Sitram,

and Sitram, represented by [betrokkene F] and [betrokkene G] Technical Director herewith will commit themselves to respect the following schedule of settlement:

1) Cash payment before sailing of the ship Agboville from Shipdock yard Amsterdam:

-20% of estimated total invoice being Dfls. 640.000,-

2) -30% of the total invoice being paid on the 22nd November 1994

3)-25% of the total invoice being paid on the 21st January 1995

4) -the balance of the total invoice to be paid on the 20th March 1995 which will be including additional interest charges, in view of the delayed payment of 1st, 2nd and 3rd instalment.

The remittance will be effected as followed:

Cash payment (before sailing)

A.1 Walina Dfls. 200.000,-

A.2 ACSA 92 Dfls. 240.000,-

A.3 [Eiseres 1] Dfls. 200.000,-

Total Dfls. 640.000,-

B.Second payment (22 November 1994)

B.1 Walina Dfls. 510.000,-

B.2 ACSA 92 Dfls. 100.000,-

B.3 [Eiseres 1] Dfls. 100.000,-

B.4 [Eiseres 2] Dfls. 250.000,-

Total Dfls. 960.000,-

C.Third payment (21st January 1995)

C.1 Walina Dfls. 400.000,-

C.2 ACSA 92 Dfls. 140.000,-

C.3 [Eiseres 1] Dfls. 130.000,-

C.4 [Eiseres 2] Dfls. 130.000,-

Total Dfls. 800.000,-

D. Last payment (20th March 1995)

D.1 Walina Dfls. 400.000,-

D.2 ACSA 92 Dfls. 200.000,-

D.3 [Eiseres 1] Dfls. 100.000,-

D.4 [Eiseres 2] Dfls. 100.000,-

D.5 Positive of negative balance to be settled by or with shipowner Sitram.

Each party signing to the extent of her own commitment. Furthermore Messrs. Sitram accept the total invoiced amount unconditionally prior vessels sailing from the yard.

(---)'.

(iii) In september en oktober 1994 hebben Walina, [eiseres 2] en [eiseres 1] aan Shipdock verzocht de door haar verzonden, telkens op naam van de desbetreffende agent gestelde, facturen alsnog te stellen op naam van Sitram c/o de agent die het aanging. Shipdock heeft aan die verzoeken voldaan. De hierover gevoerde correspondentie is weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal Bakels (1.2 e t/m i).

(iv) Blijkens een overzicht van gedane betalingen tot en met 9 mei 1995 hebben [eiseres] c.s. in totaal ƒ 2.800.880,-- aan Shipdock betaald en is een bedrag van ƒ 433.321,-- (excl. kosten en rente) onbetaald gebleven.

(v) Sitram heeft op 4 en 9 mei 1995 telkens een bedrag van ƒ 430.000,-- aan Shipdock betaald. Laatstgenoemde heeft Sitram op 12 mei 1995 laten weten dat, alvorens het op de Agboville gelegde beslag zou worden opgeheven, zij nog ƒ 417.960,-- diende te ontvangen. Sitram is nadien failliet verklaard en de Agboville is ter openbare terechtzitting van de Rechtbank verkocht. Shipdock heeft haar nog resterende vordering ingediend bij de curator.

3.2 In het onderhavige geding vordert Shipdock primair veroordeling van [eiseres] c.s. om, ieder voor een op basis van de payment schedule berekend percentage, aan haar te betalen het nog openstaande restant van haar vordering op Sitram ten bedrage van ƒ 571.518,42, te vermeerderen met rente. [Eiseres] c.s. hebben het verweer gevoerd dat zij zich bij de in de payment schedule neergelegde overeenkomst slechts verbonden hebben tot betaling van de daarin opgenomen bedragen indien en voor zover zij in hun hoedanigheid van agent van Sitram zouden beschikken over fondsen van Sitram. Daartoe hebben [eiseres] c.s. gesteld dat de in de overeenkomst opgenomen term 'as agents' in scheepvaartkringen, waartoe alle partijen behoren, betekent 'for and on behalf of owners' en dat uit de hiervoor in 3.1 onder (iii) bedoelde briefwisseling blijkt dat ook Shipdock daarvan is uitgegaan.

3.3 De Rechtbank heeft [eiseres] c.s. - voor zover in cassatie van belang - toegelaten tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat zij met Shipdock zijn overeengekomen dat zij de in de payment schedule genoemde betalingen slechts zouden behoeven te verrichten voor zover zij daartoe vrachten voor Sitram zouden hebben geïncasseerd of zouden incasseren, of anderszins fondsen van Sitram onder zich zouden hebben of verkrijgen. Het Hof heeft het vonnis bekrachtigd voor wat betreft deze bewijsopdracht. 's Hofs beslissing steunt op zijn oordeel (rov. 5.23) dat de door [eiseres] c.s. aangevoerde omstandigheden vooralsnog van onvoldoende gewicht zijn om zonder meer te concluderen dat Shipdock heeft begrepen of heeft moeten begrijpen dat de betalingsverplichting van [eiseres] c.s. onder de door hen ge- stelde voorwaarde was aangegaan. Daartoe heeft het Hof (rov. 5.22) overwogen dat in de tekst van de payment schedule elke aanwijzing voor een dergelijke voorwaarde ontbreekt en dat de woorden 'each party signing to the extent of her own commitment' daarentegen voorshands veeleer steun geven aan het standpunt van Shipdock dat [eiseres] c.s. een verbintenis uit eigen hoofde op zich hebben genomen. De vermelding 'as agents' maakt dit niet anders, nu, aldus het Hof, de hoedanigheid van agent op zichzelf immers niet meebrengt dat deze zich niet zelf zou kunnen verbinden. Uit de door [eiseres] c.s. aangehaalde briefwisseling, zo overweegt het Hof, valt evenmin af te leiden dat Shipdock hen heeft ontslagen van hun verplichtingen uit de overeenkomst van 22 augustus 1994 en dit volgt ook niet uit de tussen Shipdock en Sitram naderhand getroffen betalingsregeling. Voorts heeft het Hof overwogen (rov. 5.24) dat Shipdock op zichzelf niet in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid heeft gehandeld door [eiseres] c.s. aan te spreken nadat zij eerst Sitram had aangesproken en in kort geding had gedagvaard.

3.4.1 Het derde onderdeel richt zich met een aantal, onder 3a, 3b en 3c geformuleerde, rechts- en motiveringsklachten tegen de hiervoor onder 3.3 weergegeven oordelen van het Hof.

3.4.2 Onder 3a wordt betoogd dat het Hof heeft miskend dat het bij de uitleg van een schriftelijk contract niet (zozeer) gaat om wat een bepaalde in het contract gebruikte term taalkundig of in het algemeen betekent, maar dat het daarbij (vooral) aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden, waaronder de specifieke taalgebruiken in de betreffende branche, aan die term mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien van elkaar mochten verwachten. De stelling dat het voor Shipdock door het gebruik van de brancheterm 'as agents' duidelijk moet zijn geweest dat zij slechts voor rekening van hun principaal Sitram handelden wordt, aldus [eiseres] c.s., niet weerlegd door de overweging dat agenten zich ook zelf kunnen verbinden.

3.4.3 Uit de overwegingen van het Hof blijkt dat het niet heeft miskend dat het bij de uitleg van contractsbepalingen aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Het Hof is dus in zoverre uitgegaan van de juiste maatstaf. Echter, het Hof heeft nagelaten in te gaan op de stelling van [eiseres] c.s. dat in scheepvaartkringen, waartoe alle partijen behoren, de term 'as agents' betekent 'for and on behalf of owners'. Indien het Hof van oordeel was dat deze omstandigheid niet relevant is, geeft dit oordeel blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent de hiervoor bedoelde maatstaf. Indien het Hof die maatstaf niet heeft miskend, lijdt zijn beslissing aan een motiveringsgebrek doordat deze stelling van [eiseres] c.s. onbesproken is gebleven. De klacht is dus gegrond.

3.4.4 Onder 3b wordt het Hof verweten dat het verzuimd heeft in te gaan op een tweetal argumenten die [eiseres] c.s. hadden aangevoerd voor hun stelling omtrent hun rol als 'doorgeefluik', te weten het verband tussen de door ieder van hen voor Sitram geïnde en nog te innen vrachtkosten en de voor ieder van hen in de payment schedule opgenomen termijnen en bedragen, alsmede het ontbreken van een verklaring waarom zij zich zonder eigen voordeel of zekerheid zelf zouden hebben willen verbinden voor zo grote en hen als zodanig niet aangaande schulden. Onder 3c wordt geklaagd dat het Hof met de overweging dat uit de door [eiseres] c.s. bedoelde briefwisseling na de overeenkomst van 22 augustus 1994 niet valt af te leiden dat Shipdock hen heeft ontslagen van hun uit die overeenkomst voortvloeiende verplichtingen, dat dit ook niet volgt uit de tussen Shipdock en Sitram naderhand getroffen betalingsregeling en dat Shipdock op zichzelf niet in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid handelt door [eiseres] c.s. aan te spreken nadat zij eerst Sitram had aangesproken, heeft miskend dat het [eiseres] c.s. ging om de vraag of die briefwisseling, die betalingsregeling en/of dat aanvankelijk ongemoeid laten van [eiseres] c.s. ondersteuning opleveren voor de door hen verdedigde uitleg van de in de payment schedule neergelegde overeenkomst.

Ook deze klachten slagen. Het Hof had zijn in zijn hiervoor onder 3.3 weergegeven oordeel over de door [eiseres] c.s. aangevoerde omstandigheden besloten liggende waardering van de onder 3b en 3c bedoelde omstandigheden nader behoren te motiveren, nu deze zonder nadere motivering onbegrijpelijk is.

3.5 Nu de onder 3a, 3b en 3c vermelde klachten slagen, behoeven de overige, door [eiseres 1] en [eiseres 2] voorgedragen, klachten geen behandeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 17 juni 1999;

verwijst het geding naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage ter verdere behandeling en beslissing;

veroordeelt Shipdock in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] c.s. begroot op ƒ 9.621,90 aan verschotten en ƒ 3.500,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp, C.H.M. Jansen, O. de Savornin Lohman en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 26 oktober 2001.