Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2001:AB2736

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
02-11-2001
Datum publicatie
05-11-2001
Zaaknummer
C00/049HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:AB2736
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 101a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2001, 606
JWB 2001/279
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

2 november 2001

Eerste Kamer

Nr. C00/049HR

AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiser 1], wonende te [woonplaats],

2. [Eiser 2], wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. G.J. Los,

t e g e n

HET PRODUKTSCHAP VOOR VEE EN VLEES, gevestigd te 's-Gravenhage,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. G. Snijders.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser] c.s. - hebben bij exploit van 19 maart 1993 verweerder in cassatie - verder te noemen: PVV - gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd:

a. te verklaren voor recht:

- dat de aan de door PVV op [eiser] c.s. gepretendeerde vordering verbonden rechtsvordering is verjaard;

- dat het terzake van de hierboven sub 1 bedoelde vordering op 25 februari 1993 door althans namens de voorzitter van het PVV tegen [eiser] c.s. voor een bedrag van ƒ 1.352.046,01 plus kosten uitgevaardigde dwangbevel wederrechtelijk is uitgevaardigd, en als nietig moet worden beschouwd;

b. PVV te verbieden enigerlei maatregel ter executie van het dwangbevel te nemen, resp. te doen nemen, op verbeurte van een dwangsom van ƒ 2.000.000,-- bij niet of niet behoorlijke nakoming van dat verbod;

c. PVV te veroordelen tot vergoeding door PVV aan [eiser] c.s. van de schade die zij als gevolg van de executie van het dwangbevel hebben geleden, lijden resp. zullen lijden.

PVV heeft de vordering bestreden.

De Rechtbank heeft bij vonnis van 18 september 1996 de vorderingen afgewezen.

Tegen dit vonnis hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 21 oktober 1999 heeft het Hof het bestreden vonnis bekrachtigd.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

PVV heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor PVV toegelicht door zijn advocaat alsmede door mr. D. Stoutjesdijk, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van PVV begroot op ƒ 632,20 aan verschotten en ƒ 3.000,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H.J. Mijnssen als voorzitter en de raadsheren R. Herrmann en A.E.M. van der Putt-Lauwers, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 2 november 2001.