Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2001:AB1560

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-05-2001
Datum publicatie
19-02-2002
Zaaknummer
C99/249HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:AB1560
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wetboek van Koophandel 263
Wetboek van Koophandel 267
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2001, 315
NJ 2001, 364
RvdW 2001, 104
S&S 2002, 14
VR 2002, 133
AV&S 2001, p. 183 met annotatie van J.H. Wansink
JWB 2001/153
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11 mei 2001

Eerste Kamer

Nr. C99/249HR

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

XEROX RENTALEASE B.V., gevestigd te Amstelveen,

EISERES tot cassatie,

advocaat thans: mr. J.P. van Ginkel,

voorheen: mr. R.F. Foortse,

t e g e n

DE GOUDSE VERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ, gevestigd te Gouda,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: Rentalease - heeft bij exploit van 7 november 1996 verweerster in cassatie - verder te noemen: De Goudse - gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Gravenhage en een vordering ingesteld die in hoger beroep is gewijzigd.

De Goudse heeft de vordering bestreden.

De Rechtbank heeft bij vonnis van 12 november 1997 de vorderingen afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft Rentalease hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Zij heeft haar eis gewijzigd zodat die is komen te luiden als hierna onder 3.2 is vermeld.

Bij arrest van 18 mei 1999 heeft het Hof het bestreden vonnis bekrachtigd.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft Rentalease beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen De Goudse is verstek verleend.

De zaak is voor Rentalease toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.B. Bakels strekt tot verwerping van het beroep, met veroordeling van Rentalease in de proceskosten, aan de zijde van De Goudse te begroten op nihil.

3. Beoordeling van het middel

3.1 In cassatie kan worden uitgegaan van het volgende.

(i) Copy Team Noord Brabant B.V. (verder: Copy Team) en De Goudse hebben een verzekeringsovereenkomst gesloten. Daarbij werd onder meer de 'inventaris' van Copy Team met ingang van 14 juli 1992 verzekerd tegen diefstal. Deze inventaris werd in art. 1.3 van de verzekeringsvoorwaarden omschreven als:

'Al hetgeen verzekerde dient tot uitoefening van bedrijf, beroep of andere activiteiten.'

De verzekerde som bedroeg aanvankelijk ƒ 1.235.000,-- maar is per 31 december 1992 verhoogd tot ƒ 1.500.000,--.

(ii) In de polis is Copy Team als verzekeringnemer vermeld.

(iii) Copy Team maakte voor de uitoefening van haar bedrijf, een drukkerij, krachtens overeenkomst gebruik van aan Rentalease toebehorende kopieer-/computerapparatuur. De oorspronkelijke overeenkomst werd aangeduid als 'financial lease'. Deze overeenkomst is vóór 18 juli 1994 gewijzigd in 'operational lease'/huur. In artikel 6 van de bij de gewijzigde overeenkomst horende voorwaarden is onder meer bepaald:

‘Rentalease draagt het risico van het geheel of gedeeltelijk verlies of beschadiging van het apparaat, tenzij dit te wijten is aan nalatigheid, onachtzaamheid of opzet (...)’.

(iv) In de nachten van 18/19 juli 1994 en 16/17 augustus 1994 is door Rentalease aan Copy Team verhuurde/'geleasde' kopieer-/computerapparatuur (verder: de apparatuur) bij Copy Team gestolen. Rentalease heeft telkens kort na de diefstallen voor vervanging van gestolen apparatuur zorggedragen. De Goudse heeft de door de diefstallen ontstane schade niet aan Copy Team, noch aan Rentalease, vergoed.

(v) Na de diefstallen heeft Copy Team van De Goudse polisaanhangsels ontvangen, gedateerd op 6 oktober 1994 en 15 november 1994, waarin, onder restitutie van premie, de verzekerde som per 26 juli 1994 onderscheidenlijk 14 juli 1994 is gewijzigd in ƒ 500.000,-- en waarin de computerapparatuur met ingang van laatst genoemde data is uitgesloten van de dekking.

(vi) Copy Team heeft de door haar gepretendeerde vorderingen op De Goudse aan Rentalease gecedeerd. Van deze cessie is bij brief van 4 september 1996 mededeling gedaan aan de raadsman van De Goudse.

3.2 Rentalease vordert in dit geding, na in hoger beroep haar eis te hebben gewijzigd, kort weergegeven:

primair:

- verklaring voor recht dat de overeenkomst waarbij de verzekerde waarde is teruggebracht tot ƒ 500.000,-- nietig of vernietigd is, dat de verzekerde waarde ƒ 1.500.000,-- bedraagt en dat de gestolen apparatuur door de verzekering is gedekt;

- veroordeling van De Goudse tot betaling aan Rentalease van ƒ 414.800,-- (de gestelde nieuwwaarde van de gestolen apparatuur), of tot betaling van ƒ 207.400,-- (de nieuwwaarde van de apparatuur die is gestolen op 19 juli 1994) althans een lager bedrag voor zover de inventaris van Copy Team onderverzekerd mocht zijn geweest;

subsidiair:

- betaling van ƒ 414.800,-- de schade welke uit onzorgvuldig handelen van De Goudse jegens Rentalease is voortgevloeid, of

- een bedrag van ƒ 207.400,-- zijnde de nieuwwaarde van de apparatuur welke bij de tweede diefstal is ontvreemd;

primair en subsidiair:

- betaling van ƒ 29.000,-- wegens buitengerechtelijke incassokosten.

Deze vorderingen heeft Rentalease erop gegrond dat Copy Team ingevolge de verzekeringsovereenkomst recht had op vergoeding door De Goudse van de door de diefstallen ontstane schade en dat Copy Team haar vorderingen te dier zake aan Rentalease heeft overgedragen.

De Rechtbank heeft de vorderingen van Rentalease afgewezen.

Het Hof heeft de tegen het vonnis van de Rechtbank gerichte grieven verworpen. Het Hof heeft daartoe overwogen, kort samengevat: (a) dat op grond van art. 267 K. het vermoeden geldt dat Copy Team haar eigen belangen had verzekerd en dat geen omstandigheden zijn gebleken waaruit zou voortvloeien dat de verzekering - mede - de belangen van Rentalease dekte (rov. 4); (b) dat De Goudse jegens Rentalease niet in strijd heeft gehandeld met hetgeen De Goudse volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer jegens Rentalease betaamt zodat niet sprake is van onrechtmatig handelen van De Goudse jegens Rentalease (rov. 5).

Het middel richt zich met een reeks van klachten tegen 's Hofs beslissing en de gronden waarop zij berust.

3.3 Middel I, dat is verdeeld in vijf onderdelen, keert zich tegen het hiervoor in 3.2 onder (a) vermelde oordeel van het Hof.

Bij de beoordeling van dit middel moet het volgende worden vooropgesteld. De essentie van de schadeverzekeringsovereenkomst is dat de verzekeraar het overeengekomen risico loopt. In de beoordeling van het door hem over te nemen risico voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst zal de verzekeraar doorgaans mede de persoon van de verzekerde betrekken. De door de verzekeringnemer vóór het aangaan van de verzekering, op de voet van art. 251 K., aan de verzekeraar mee te delen feiten betreffen dan ook veelal mede de persoon van de verzekerde. Gelet op het belang van de persoon van de verzekerde voor de omvang van het door de verzekeraar overgenomen risico, zal deze in beginsel ervan moeten kunnen uitgaan dat verzekerd zijn de belangen van de bij het aangaan van de verzekering vermelde verzekerde. Het bepaalde bij art. 267 strekt ertoe dit te bewerkstelligen (zie ook art. 7.17.2.4 lid 1 van het wetsvoorstel tot vaststelling van Titel 7.17 BW (verzekering), kamerstukken II 1999/2000, 19529, nr. 5). Dit is anders indien verzekeraar en verzekeringnemer anders zijn overeengekomen.

Het Hof is terecht van dit een en ander uitgegaan bij hetgeen het in zijn rov. 4 heeft overwogen. Het heeft zich, naar blijkt uit deze rechtsoverweging, begeven in de vraag of in het onderhavige geval anders was overeengekomen in deze zin dat ook het belang van Rentalease was verzekerd. Het heeft echter geoordeeld dat zulks niet het geval is. Dit laatste oordeel berust op een door het Hof aan de verzekeringsovereenkomst gegeven uitlegging en is derhalve van feitelijke aard. Het is niet onbegrijpelijk en het is toereikend gemotiveerd. Hieraan kunnen de door Rentalease in onderdeel 1.3 opgesomde omstandigheden, noch elk afzonderlijk noch in onderling verband en samenhang bezien, niet afdoen.

Bij dit een en ander verdient nog te worden aangetekend dat ook in het geval van overgang van het verzekerde goed, zoals is bedoeld in art. 263 K., een uitzondering moet worden aanvaard op de regel dat de verzekeraar ervan mag uitgaan dat de verzekering slechts het belang van de verzekeringnemer dekt. In dit geding is echter niet aangevoerd dat De Goudse wegens overgang van het belang van Copy Team op Rentalease gehouden zou zijn de door deze laatste geleden schade te vergoeden.

Hetgeen hiervoor is overwogen leidt tot de gevolgtrekking dat middel I in al zijn onderdelen faalt.

3.4.1 Middel II is gericht tegen 's Hofs hiervoor in rov. 3.2 onder (b) weergegeven oordeel.

3.4.2 Bij de beoordeling van dit middel moet het volgende worden vooropgesteld. De Rechtbank heeft in haar rov. 7, voorlaatste alinea, in hoger beroep niet bestreden, vastgesteld dat de verzekering is totstandgekomen op een tijdstip waarop de wijziging van de oorspronkelijke overeenkomst tussen Copy Team en Rentalease, de 'financial lease', in 'operational lease' nog niet was geëffectueerd. Daarvan is ook het Hof uitgegaan. Zulks beschouwd in onderling verband en samenhang met het hiervoor in 3.1 onder (iii) vermelde beding in de overeenkomst van operational lease, laat geen andere conclusie toe dan dat het verzekerde belang, waaronder in het onderhavige geval dient te worden verstaan het belang bij behoud van de onderhavige apparatuur, vóór de wijziging van de overeenkomst tussen Copy Team en Rentalease berustte bij Copy Team, maar dat dit belang na deze wijziging bij Rentalease was komen te berusten.

3.4.3 Het middel houdt in de eerste plaats de klacht in dat het Hof heeft miskend dat De Goudse bij het aangaan van de overeenkomst onrechtmatig heeft gehandeld door Copy Team, de verzekeringnemer, niet erop opmerkzaam te maken dat de apparatuur niet onder de verzekering viel. Voorzover deze klacht al feitelijke grondslag heeft, faalt zij reeds hierom omdat het Hof kennelijk tot uitgangspunt heeft genomen dat het belang bij het behoud van de apparatuur vóór de wijziging van de overeenkomst tussen Copy Team en Rentalease berustte bij eerstgenoemde. Dit oordeel geeft niet van een onjuiste rechtsopvatting blijk. Het is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering.

3.4.4 Het middel houdt in de tweede plaats de klacht in dat het Hof heeft miskend dat De Goudse onrechtmatig heeft gehandeld door vlak na de eerste diefstal van de apparatuur de verzekerde som te verlagen tot ƒ 500.000,-- en de computerapparatuur van dekking uit te sluiten, zonder Rentalease hiervan op de hoogte te stellen.

Deze klacht faalt reeds hierom omdat, zoals hiervoor onder 3.3 is overwogen na de wijziging van de overeenkomst tussen Copy Team en Rentalease het belang niet meer berustte bij de verzekeringnemer, Copy Team, en de verzekering sedert die wijziging, en dus reeds vóór de eerste diefstal in de nacht van 18 op 19 juli 1994, geen dekking meer verleende tegen diefstal van de apparatuur.

3.4.5 Dit een en ander brengt mee dat ook middel II faalt.

4.Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt Rentalease in de kosten van het geding in cassatie, aan de zijde van De Goudse tot op deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H.J. Mijnssen als voorzitter en de raadsheren W.H. Heemskerk R. Herrmann, A.E.M. van der Putt-Lauwers en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 11 mei 2001.