Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2001:AB1254

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
02-03-2001
Datum publicatie
15-08-2001
Zaaknummer
C99/180HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:AB1254
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 631
Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag
Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag 7
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2001, 163
FutD 2001-0921
JAR 2001/58
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

2 maart 2001

Eerste Kamer

Nr. C99/180HR

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

HOTEL NEW YORK B.V., gevestigd te Rotterdam,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. R.A.A. Duk,

t e g e n

HORECABOND FNV, gevestigd te Almere,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. E. Grabandt.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie - verder te noemen: Horecabond FNV - heeft bij exploit van 11 maart 1998 eiseres tot cassatie - verder te noemen: HNY - gedagvaard voor de Kantonrechter te Rotterdam en - verkort weergegeven - gevorderd voor recht te verklaren dat HNY gehouden is tot een stipte naleving van de cao voor het horeca- en aanverwante bedrijf, meer in het bijzonder tot een stipte en volledige betaling van het geldende cao-salaris vanaf 1 december 1997 en dat HNY niet is toegestaan ontvangen fooien in mindering te brengen op het salaris evenmin als het opnemen van een bepaling van die strekking in de individuele arbeidsovereenkomsten. Voorts heeft Horecabond FNV gevorderd HNY te veroordelen tot een correcte en stipte betaling van het cao-salaris vanaf 1 december 1997 aan alle werknemers, zonder inhouding van fooien, tot het intrekken van elke bepaling in de individuele arbeidsovereenkomsten waarin een inhouding op het cao-salaris ter zake van fooien wordt toegestaan, dit alles onder verbeurte van een dwangsom. Tenslotte heeft Horecabond FNV de veroordeling van HNY gevorderd tot betaling van een voorschot voor de vergoeding ex artikel 15 en 16 WCAO van ƒ 10.000,-- danwel een in goede justitie te bepalen bedrag.

HNY heeft de vorderingen bestreden.

De Kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 28 april 1998 een comparitie van partijen gelast.

Tegen dit tussenvonnis heeft HNY hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Rotterdam.

Bij vonnis van 18 februari 1999 heeft de Rechtbank het bestreden vonnis bekrachtigd en de zaak naar de Kantonrechter te Rotterdam verwezen teneinde verder op de zaak te beslissen.

Het vonnis van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de Rechtbank heeft HNY beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het herstelexploit zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Horecabond FNV heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt HNY in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Horecabond FNV begroot op ƒ 632,20 aan verschotten en ƒ 3.000,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren R. Herrmann, A.E.M. van der Putt-Lauwers, J.B. Fleers en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 2 maart 2001.