Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2001:AB0025

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16-02-2001
Datum publicatie
30-08-2001
Zaaknummer
C00/048HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:AB0025
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 67, geldigheid: 2001-02-16
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RV 2014/110 met annotatie van Redactie van Rechtspraak Vermogensrecht
JOL 2001, 134
NJ 2001, 236
JWB 2001/58

Uitspraak

16 februari 2001

Eerste Kamer

Nr. C00/048HR

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. de vennootschap onder firma DE GANZEVEER TEKSTBURO-DRUKKERIJ-COPYSHOP, gevestigd te Geldrop,

2. [Eiseres 2], wonende te [woonplaats],

3. [Eiseres 3], wonende te [woonplaats],

EISERESSEN tot cassatie,

advocaat: mr. M.J. Schenck,

t e g e n

PCT VERHUUR B.V., gevestigd te 's-Hertogenbosch,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie - verder te noemen: PCT - heeft bij exploit van 15 september 1993 eiseressen tot cassatie - tezamen verder te noemen: De Ganzeveer - gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Hertogenbosch en gevorderd bij vonnis voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad De Ganzeveer hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen om aan PCT te betalen een bedrag van ƒ 26.313,80, te vermeerderen met de geconvenieerde rente ad 1,5% per maand vanaf 14 dagen na de respectievelijke factuurdata, althans de wettelijke rente vanaf de indiening van de dagvaarding over ƒ 22.881,57.

De Ganzeveer heeft in conventie de vordering bestreden en in reconventie gevorderd:

1. te verklaren voor recht dat de overeenkomst, gesloten op 2 januari 1990, met de aanvulling daarop de zogenaamde tussenoplossing blijkens onder meer uit de geschriften welke zijn getekend op 19 december 1991 is ontbonden;

2. PCT te veroordelen tot vergoeding van de geleden schade aan de zijde van De Ganzeveer, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

PCT heeft in conventie haar vordering uit hoofde van de huurovereenkomsten vermeerderd tot ƒ 35.172,16 met handhaving daarnaast van het in de dagvaarding gevorderde bedrag ad ƒ 3.432,23 voor contractueel overeengekomen incassokosten, alsmede haar rentevordering zoals in de dagvaarding omschreven. Vervolgens heeft PCT in reconventie de vorderingen van De Ganzeveer gemotiveerd bestreden.

De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 2 juni 1995 in conventie de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte aan de zijde van PCT en iedere verdere beslissing aangehouden. In reconventie heeft de Rechtbank de vorderingen afgewezen.

Na het nemen van akten heeft de Rechtbank bij tussenvonnis van 27 september 1996 in conventie De Ganzeveer tot bewijslevering toegelaten.

Bij exploit van 23 december 1996 heeft De Ganzeveer tegen het vonnis van 27 september 1996 van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Bij memorie van grieven heeft De Ganzeveer gevorderd voormeld in conventie gewezen tussenvonnis te vernietigen en opnieuw rechtdoende:

1. alsnog voor recht te verklaren dat de huurovereenkomst met betrekking tot de Ricoh kleurencopier NC-100 met terugwerkende kracht tot 1 januari 1993 is ontbonden;

2. alsnog voor recht te verklaren dat PCT naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid vanaf 1 januari 1993 geen aanspraak meer kan maken op de nakoming van de verplichtingen tot betaling van een huursom voor de Ricoh-copier NC-100.

PCT heeft incidenteel hoger beroep ingesteld en haar eis vermeerderd met een vordering tot vernietiging van het vonnis van de Rechtbank van 27 september 1996 en veroordeling van De Ganzeveer tot betaling van ƒ 80.510,01, te vermeerderen met de geconvenieerde rente ad 1,5% per maand over ƒ 77.077,78 vanaf 14 dagen na de factuurdata althans de wettelijke rente vanaf de indiening van de dagvaarding, althans de vermeerderingen van eis.

Bij arrest van 19 oktober 1999 heeft het Hof De Ganzeveer niet-ontvankelijk verklaard in haar principaal appel van het tussen partijen gewezen vonnis van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 27 september 1996, PCT niet-ontvankelijk verklaard in haar incidenteel appel van voormeld vonnis en de zaak teruggewezen naar de Rechtbank te 's-Hertogenbosch teneinde deze zaak verder te behandelen.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft De Ganzeveer beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen de niet verschenen PCT is verstek verleend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot verwijzing ter verdere behandeling.

3. Beoordeling van het middel

3.1 Wat de feiten en het procesverloop betreft verwijst de Hoge Raad naar hetgeen is vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal Wesseling-Van Gent onder 1.

3.2 Het Hof heeft ambtshalve overwogen (in rov. 4.2.3) dat onder de in zijn arrest vermelde omstandigheden, nu De Ganzeveer een beslissing verlangt over een vraag waarover het Hof zich in een eerder hoger beroep bij een in kracht van gewijsde gegaan arrest reeds in negatieve zin had uitgesproken, het onderhavige hoger beroep in strijd met de goede procesorde moet worden geacht. Het Hof heeft De Ganzeveer daarom in haar hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Daartegen keert zich het middel.

3.3 Onderdeel 2 van het middel - onderdeel 1 bevat geen klacht - gaat terecht ervan uit dat de hiervoor in 3.2 vermelde overweging niet anders kan worden verstaan dan dat het Hof - wat er zij van de door het Hof gebruikte motivering - het gezag van gewijsde heeft toegepast van zijn arrest van 10 juni 1997. De klacht dat het Hof daarmee heeft miskend dat ingevolge het bepaalde in art. 67 lid 3 Rv. het gezag van gewijsde niet ambtshalve mag worden toegepast, is gegrond.

3.4 Uit het vorenoverwogene volgt dat het arrest van het Hof niet in stand kan blijven. De overige onderdelen van het middel behoeven geen bespreking. Nu PCT de bestreden beslissing van het Hof niet heeft uitgelokt noch in cassatie heeft verdedigd, zal de Hoge Raad de kosten van het geding in cassatie reserveren tot de einduitspraak, waarbij de kosten zullen worden gebracht ten laste van de partij die daarbij in het ongelijk wordt gesteld.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 19 oktober 1999;

verwijst het geding naar het Gerechtshof te Arnhem ter verdere behandeling en beslissing;

reserveert de beslissing omtrent de kosten van het geding in cassatie tot de einduitspraak;

begroot deze kosten tot op de uitspraak in cassatie aan de zijde van De Ganzeveer op ƒ 2.293,92 aan verschotten en ƒ 3.500,-- voor salaris, en aan de zijde van PCT op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H.J. Mijnssen als voorzitter en de raadsheren R. Herrmann, A.E.M. van der Putt-Lauwers, H.A.M. Aaftink en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 16 februari 2001.