Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2001:AA9975

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-01-2001
Datum publicatie
13-02-2001
Zaaknummer
1298
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:AA9975
Rechtsgebieden
Civiel recht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 1298

3 januari 2001

in de zaak van

[Eiser], wonende te [woonplaats],

eiser tot cassatie,

advocaat mr. R.M. Köhne,

tegen

de gemeente ’s-Gravenhage, zetelende te ’s-Gravenhage,

verweerster in cassatie,

advocaat mr. K.T.B. Salomons.

1. Geding in feitelijke instantie

1.1. Op 31 mei 1999 heeft de Arrondissenmentsrechtbank te ’s-Gravenhage, beschikkende op een verzoekschrift ex artikel 54a van de Onteigeningswet van de gemeente ’s-Gravenhage (hierna: de Gemeente), strekkende tot vervroegde opneming door de deskundigen van hetgeen onteigend moet worden, drie deskundigen en een rechter-commissaris benoemd.

1.2. Bij exploit van 22 juli 1999 heeft de Gemeente de gemeente ’s-Gravenhage [..] doen dagvaarden voor de Rechtbank en onder meer gevorderd de ten behoeve van de Gemeente vervroegd uit te spreken onteigening van de in dat exploit omschreven onroerende zaak, waarvan de gemeente ’s-Gravenhage [..] als eigenaar is aangewezen, alsmede bepaling van het bedrag van de schadeloosstelling aan de onteigende partij op ƒ 1,-- en bepaling van het bedrag van de schadeloosstelling aan thans eiser tot cassatie (hierna: [eiser]) op ƒ 4.800,--.

1.3. Bij vonnis van 12 oktober 1999 heeft de Rechtbank [eiser] toegelaten als tussenkomende partij, de gevorderde onteigening bij vervroeging uitgesproken, het bedrag van de schadeloosstelling voor de gemeente ’s-Gravenhage [..] vastgesteld op ƒ 1,--, en het voorschot op de schadeloosstelling voor [eiser] vastgesteld op ƒ 4.320,--

1.4. Bij vonnis van 29 maart 2000 heeft de Rechtbank [eiser] veroordeeld tot terugbetaling van ƒ 4.320,--. Het vonnis is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

2.1. [Eiser] heeft het vonnis bestreden met acht middelen van cassatie. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2. De gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep

2.3. Partijen hebben hun standpunten schriftelijk doen toelichten door hun advocaten. [Eiser] heeft gerepliceerd.

2.4. De Advocaat-Generaal Ilsink heeft op 18 oktober 2000 geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep, en

- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot dit arrest aan de zijde van de Gemeente begroot op ƒ 632,20,-- aan verschotten en ƒ 3.000,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren A.G. Pos, D.H. Beukenhorst, L. Monné en P.J. van Amersfoort, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 januari 2001.