Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2000:AA9052

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-12-2000
Datum publicatie
14-08-2001
Zaaknummer
R00/116HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2000:AA9052
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 250, geldigheid: 2000-12-15
Faillissementswet 272, geldigheid: 2000-12-15
Faillissementswet 282, geldigheid: 2000-12-15
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 429k, geldigheid: 2000-12-15
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOR 2001/44
JOL 2000, 636
NJ 2001, 262
RvdW 2001, 4
JWB 2000/251

Uitspraak

15 december 2000

Eerste Kamer

Rek.nr. R00/116HR

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

RADIUS TELECOM B.V. handelende onder de naam Radius Consultancy, gevestigd te Delft,

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. D.M. de Knijff,

t e g e n

CALLMAX B.V., gevestigd te Eindhoven,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 20 maart 2000 ter griffie van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch ingediend verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: Callmax - zich gewend tot die Rechtbank en surséance van betaling verzocht.

Nadat de Rechtbank bij beschikking van 20 maart 2000 aan Callmax voorlopig surséance van betaling had verleend, heeft zij bij beschikking van 17 mei 2000 aan Callmax definitief surséance van betaling verleend, ingaande 17 mei 2000 en voor de duur van zes maanden.

Callmax heeft op 20 april 2000 aan haar schuldeisers een akkoord aangeboden, hetwelk op dezelfde dag ter griffie van de Rechtbank ter inzage is gelegd.

Op 28 juni 2000 heeft ter raadpleging van en stemming over het door Callmax opgesteld ontwerpakkoord een vergadering als bedoeld in art. 265 Fw. plaatsgevonden.

De Rechtbank heeft bij beschikking van 12 juli 2000 het akkoord gehomologeerd.

Tegen deze beschikking heeft verzoekster tot cassatie - verder te noemen: Radius - hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Radius heeft verzocht de beschikking van de Rechtbank van 12 juli 2000 te vernietigen en alsnog de homologatie van het akkoord te weigeren.

Callmax heeft het verzoek van Radius bestreden.

Na mondelinge behandeling op 9 augustus 2000 heeft het Hof bij beschikking van 16 augustus 2000 de beschikking waarvan beroep bekrachtigd en Radius in de proceskosten van het hoger beroep aan de zijde van Callmax en in de kosten en het salaris van de bewindvoerders veroordeeld zoals vermeld in het dictum van zijn beschikking.

De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het Hof heeft Radius beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van Radius heeft bij brief van 23 oktober 2000 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

3.1 Aan Callmax is surséance van betaling verleend. De Rechtbank heeft het door Callmax aangeboden akkoord gehomologeerd. Radius heeft tegen de homologatiebeschikking hoger beroep ingesteld. Het Hof heeft de beschikking bekrachtigd.

3.2 Het Hof heeft Radius veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, aan de zijde van Callmax gevallen en tot op de uitspraak begroot op ƒ 475,-- aan verschotten en ƒ 3.400,-- voor salaris procureur, alsmede tot betaling van de kosten en het salaris van de bewindvoerders vanaf de uitspraak van de Rechtbank d.d. 20 juli 2000, de datum waarop de surséance zou zijn geëindigd.

3.3 Het eerste onderdeel van het middel, dat is gericht tegen de veroordeling van Radius in de proceskosten van Callmax in hoger beroep, is terecht voorgesteld.

De procedure waarin de homologatie van een akkoord in eerste aanleg of in hoger beroep wordt behandeld, is niet een contradictoir geding, maar een procedure waarin de bewindvoerders, de schuldeisers en de schuldenaar ieder hun standpunt met betrekking tot de homologatie mogen geven en waarin de rechter met inachtneming van de desbetreffende in de Faillissementswet gegeven bepalingen naar eigen inzicht zijn goedkeuring van het akkoord verleent of weigert zonder daarbij in enig opzicht gebonden te zijn aan hetgeen door genoemde personen naar voren is gebracht. Uit de aard van deze procedure volgt dat daarin voor een veroordeling in de proceskosten geen plaats is.

Door in deze procedure een veroordeling in de proceskosten van het hoger beroep uit te spreken heeft het Hof blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting.

3.4 Het tweede onderdeel, dat is gericht tegen de veroordeling door het Hof van Radius in de kosten en het salaris van de bewindvoerders vanaf de uitspraak van de Rechtbank, is eveneens gegrond.

De Rechtbank heeft in haar homologatiebeschikking het salaris en de kosten van de bewindvoerders overeenkomstig art. 250 F. vastgesteld. Ingevolge art. 282 F. stond tegen deze vaststelling geen hoger beroep open. Het Hof heeft in strijd met art. 282 op verzoek van Callmax en de bewindvoerders aanvullende bedragen voor salaris en kosten van de bewindvoerders vastgesteld. Voorts heeft het Hof de appellant Radius tot betaling daarvan veroordeeld, evenwel ten onrechte, nu de wet niet voorziet in de mogelijkheid om een schuldeiser die in hoger beroep komt van de beschikking tot homologatie van een akkoord, te veroordelen tot betaling van salaris en kosten van bewindvoerders, maar integendeel in art. 250 F. bepaalt dat het salaris en de kosten van de bewindvoerders als boedelschulden bij voorrang uit het vermogen van de schuldenaar worden voldaan.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de beschikking van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 16 augustus 2000 met uitzondering van de bekrachtiging door het Hof van de beschikking van de Rechtbank.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.H.J. Mijnssen als voorzitter en de raadsheren W.H. Heemskerk, C.H.M. Jansen, H.A.M. Aaftink en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 15 december 2000.