Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2000:AA8407

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21-11-2000
Datum publicatie
16-08-2001
Zaaknummer
00738/99
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2000:AA8407
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

21 november 2000

Strafkamer

nr. 00738/99

SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie

tegen een arrest van het

Gerechtshof te Leeuwarden

van 14 juni 1999 in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedatum] 1958, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Groningen van 11 december 1997, voorzover aan ’s Hofs oordeel onderworpen, - de verdachte ter zake van (zaak A) “opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid onder C van de Opiumwet gegeven verbod” en (zaak B) “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid, onder C van de Opiumwet gegeven verbod” veroordeeld tot een geldboete van achthonderdvijftig gulden, subsidiair zeventien dagen hechtenis.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens

deze heeft mr. E.P. Groot, advocaat te Groningen, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het eerste en het tweede middel

Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen

in aanmerking middelen van cassatie als bedoeld in art. 437 Sv. Al een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De middelen voldoen niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moeten blijven.

4. Beoordeling van het derde middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5. Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

6. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president

W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren

A.J.A. van Dorst en B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op

21 november 2000.