Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2000:AA8404

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21-11-2000
Datum publicatie
16-08-2001
Zaaknummer
01180/99
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2000:AA8404
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering 51a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2000, 590
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

21 november 2000

Strafkamer

nr. 01180/99

ACH/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie

tegen een bij verstek gewezen vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Haarlem van

29 januari 1999 met parketnummer 15/303186-95 in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Oostenrijk) op

[geboortedatum] 1942, wonende te [woonplaats] (Oostenrijk).

1. De bestreden uitspraak

De Rechtbank heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Kantonrechter te Haarlem van 11 maart 1997 - de verdachte ter zake van “overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994” veroordeeld tot een geldboete van éénhonderdvijfentwintig gulden, subisidiair twee dagen hechtenis. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen in

voege als in het arrest vermeld.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld.

Door de benadeelde partij is een geschrift ingediend, waarop de Hoge Raad echter geen acht kan slaan, nu dit geschrift geen middelen over een rechtspunt betreffende de vordering van de benadeelde partij bevat.

De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd, dat de Hoge Raad het dictum van het vonnis zal verbeteren in dier voege dat van het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag wordt afgesplitst het bedrag voor kosten rechtsbijstand, waarna de vergoeding van deze kosten afzonderlijk wordt toegewezen, en het beroep voor het

overige zal verwerpen.

3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

3.1. De Rechtbank heeft de verdachte onder meer veroor

deeld tot vergoeding aan de benadeelde partij van “kosten rechtsbijstand”. Uit de gedingstukken blijkt dat die post betrekking heeft op de kosten, die verband houden met op verzoek van de benadeelde partij door de ANWB verrichte pogingen buiten rechte betaling van de verdachte te verkrijgen. Die kosten zijn aan te merken als rechtstreekse schade, veroorzaakt door het bewezenverklaarde feit.

Derhalve heeft de Rechtbank op juiste gronden de verdachte tot vergoeding van die kosten veroordeeld.

3.2. De Hoge Raad oordeelt ook voor het overige geen grond aanwezig waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd. Daarom moet het cassatieberoep worden verworpen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president

W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren A.M.M. Orie en B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 21 november 2000.