Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2000:AA8291

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-11-2000
Datum publicatie
14-08-2001
Zaaknummer
R99/157HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2000:AA8291
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2000, 550
NJ 2001, 229
JWB 2000/203
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 november 2000

Eerste Kamer

Rek.nr. R99/157HR

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

de naamloze vennootschap naar Antilliaans recht DIGITEC SECURITY CORPORATION N.V., gevestigd op Curaçao, Nederlandse Antillen,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. R.S. Meijer,

t e g e n

de openbare rechtspersoon naar Antilliaans recht DE NEDERLANDSE ANTILLEN, gevestigd op Curaçao, Nederlandse Antillen,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. W. Heemskerk.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 11 november 1997 ter griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, ingediend verzoekschrift heeft eiseres tot cassatie - verder te noemen: Digitec - onder zaak nr. AR 1786/97 in een procedure tegen verweerder in cassatie - verder te noemen: het Land - zich gewend tot dat Gerecht en gevorderd:

- te verklaren voor recht dat het Land jegens Digitec heeft gewanpresteerd, onrechtmatig gehandeld en/of gehandeld in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur;

- het Land te veroordelen tot vergoeding van de schade die Digitec dientengevolge heeft

geleden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

Het Land heeft de vorderingen bestreden.

Het Gerecht in Eerste Aanleg heeft bij tussenvonnis van 21 september 1998 het Land in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren en bij eindvonnis van 8 maart 1999 voor recht verklaard dat het Land jegens Digitec wanprestatie heeft gepleegd en het Land veroordeeld tot schadevergoeding, op te maken bij staat.

Bij een op 17 maart 1999 ter griffie van voormeld Gerecht in Eerste Aanleg binnengekomen verzoekschrift heeft het Land het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba verzocht hem vergunning te verlenen om afzonderlijk hoger beroep in te stellen tegen het tussen partijen (Digitec als eiseres en het Land als gedaagde) onder rolnr. AR 1786/97 gewezen (door het Land als tussenvonnis aangemerkte) vonnis van 8 maart 1999.

Digitec heeft een verweerschrift ingediend en geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het Land in zijn verzoek en subsidiair tot weigering van het verzochte verlof met veroordeling van het Land in deze procedure.

Na een mondelinge behandeling ter terechtzitting van 13 april 1999 heeft het Hof bij beschikking van 11 mei 1999 het Land niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek en het Land veroordeeld in de kosten van deze procedure.

Bij verzoekschrift van 14 mei 1999 heeft het Land in de onderhavige zaak het Hof verzocht het verlofrekest van 17 maart 1999 alsnog ambtshalve te beschouwen als een akte van appel en memorie van grieven, strekkende tot vernietiging van het bestreden vonnis van het Gerecht in Eerste Aanleg van 8 maart 1999.

Digitec heeft ook dit verzoek bestreden.

Het Hof heeft bij beschikking van 8 juni 1999 verstaan dat de termijn voor het instellen van hoger beroep van het vonnis van 8 maart 1999 van het Gerecht in Eerste Aanleg (onder AR nr. 1786/97) opnieuw is aangevangen op 11 mei 1999 en het verzoek afgewezen, met veroordeling van het Land in de kosten van deze procedure.

De beschikking van het Hof van 8 juni 1999 is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen laatstvermelde beschikking van het Hof heeft Digitec beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het Land heeft verzocht Digitec niet-ontvankelijk te verklaren, althans het beroep te verwerpen.

Op het ontvankelijkheidsverweer heeft Digitec een verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijk-verklaring van Digitec in haar beroep tegen de beschikking van 8 juni 1999 en tot veroordeling van Digitec in de kosten van het geding in cassatie.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Digitec dient in haar beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal Wesseling-van Gent.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart Digitec niet-ontvankelijk in haar beroep;

veroordeelt Digitec in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Land begroot op ƒ 525,-- aan verschotten en ƒ 3.000,-- voor salaris.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 10 november 2000.