Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2000:AA8290

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-11-2000
Datum publicatie
14-08-2001
Zaaknummer
R99/121HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2000:AA8290
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2000, 549
NJ 2001, 230
JWB 2000/202
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 november 2000

Eerste Kamer

Rek.nr. R99/121HR

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

de openbare rechtspersoon naar Antilliaans recht DE NEDERLANDSE ANTILLEN, gevestigd op Curaçao, Nederlandse Antillen,

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. W. Heemskerk,

t e g e n

de naamloze vennootschap naar Antilliaans recht DIGITEC SECURITY CORPORATION N.V., gevestigd op Curaçao, Nederlandse Antillen,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. R.S. Meijer.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 11 november 1997 ter griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, ingediend verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: Digitec - onder zaak nr. AR 1786/97 in een procedure tegen eiser tot cassatie - verder te noemen: het Land - zich gewend tot dat Gerecht en gevorderd:

- te verklaren voor recht dat het Land jegens Digitec heeft gewanpresteerd, onrechtmatig gehandeld en/of gehandeld in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur;

- het Land te veroordelen tot vergoeding van de schade die Digitec dientengevolge heeft

geleden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

Het Land heeft de vorderingen bestreden.

Het Gerecht in Eerste Aanleg heeft bij tussenvonnis van 21 september 1998 het Land in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren en bij eindvonnis van 8 maart 1999 voor recht verklaard dat het Land jegens Digitec wanprestatie heeft gepleegd en het Land veroordeeld tot schadevergoeding, op te maken bij staat.

Bij een op 17 maart 1999 ter griffie van voormeld Gerecht in Eerste Aanleg binnengekomen verzoekschrift heeft het Land het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba verzocht hem vergunning te verlenen om afzonderlijk hoger beroep in te stellen tegen het tussen partijen (Digitec als eiseres en het Land als gedaagde) onder rolnr. AR 1786/97 gewezen (door het Land als tussenvonnis aangemerkte) vonnis van 8 maart 1999.

Digitec heeft een verweerschrift ingediend en geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het Land in zijn verzoek en subsidiair tot weigering van het verzochte verlof met veroordeling van het Land in deze procedure.

Na een mondelinge behandeling ter terechtzitting van 13 april 1999 heeft het Hof bij beschikking van 11 mei 1999 het Land niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek en het Land veroordeeld in de kosten van deze procedure.

De beschikking van het Hof van 11 mei 1999 is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het Hof heeft het Land beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

Digitec heeft verzocht het Land niet-ontvankelijk te verklaren, althans het beroep te verwerpen.

Op het ontvankelijkheidsverweer heeft het Land een verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het Land in zijn beroep tegen de beschikking van 11 mei 1999 en tot veroordeling van het Land in de kosten van het geding in cassatie.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het Land dient in zijn beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal Wesseling-van Gent.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het Land niet-ontvankelijk in zijn beroep;

veroordeelt het Land in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Digitec begroot op ƒ 525,-- aan verschotten en ƒ 3.000,-- voor salaris.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 10 november 2000.