Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2000:AA8199

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-11-2000
Datum publicatie
03-11-2000
Zaaknummer
C99/112HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2000:AA8199
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2000, 537
NJ 2001, 148
JWB 2000/191
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

3 november 2000

Eerste Kamer

Nr. C99/112HR

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. M.L. Kleyn,

t e g e n

[Verweerster], wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instantie

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 2 april 1998 verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - gedagvaard voor de Kantonrechter te 's-Hertogenbosch en gevorderd [verweerster] te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 1.514,20, te vermeerderen met rente en kosten, een bedrag van ƒ 5.000,-- niet te boven gaand.

[Verweerster] heeft de vordering bestreden.

De Kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 10 september 1998 [eiser] tot bewijslevering toegelaten en bij eindvonnis van 14 januari 1999 de door [eiser] ingestelde vordering afgewezen.

Beide vonnissen van de Kantonrechter zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het eindvonnis van de Kantonrechter heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen [verweerster] is verstek verleend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal Wesseling- van Gent strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn cassatieberoep.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal Wesseling-van Gent kan [eiser] niet ontvangen worden in zijn beroep.

4. Beslissing.

De Hoge Raad:

verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren R. Herrmann, als voorzitter, A.E.M. van der Putt-Lauwers en J.B. Fleers, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 3 november 2000.