Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2000:AA7286

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29-09-2000
Datum publicatie
14-08-2001
Zaaknummer
R99/187HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2000:AA7286
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2000, 448
NJ 2001, 166
JWB 2000/154

Uitspraak

29 september 2000

Eerste Kamer

Rek.nr. R99/187HR

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man],

wonende te [woonplaats A],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. W.M. Vermeijden,

t e g e n

[De vrouw],

wonende te [woonplaats B],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. M.N.G.N.H. Brech.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 20 juli 1998 ter griffie van de Rechtbank te 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht - met wijziging van het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 27 oktober 1989 - met ingang van 1 januari 1999 de uitkering tot levensonderhoud voor verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - op nihil te bepalen, een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

De vrouw heeft het verzoek gemotiveerd bestreden.

De Rechtbank heeft bij beschikking van 9 maart 1999 met wijziging in zoverre van voormelde uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage de door de man met ingang van 1 januari 1999 te betalen uitkering tot levensonderhoud van de vrouw op ƒ 225,-- per maand bepaald en het meer of anders verzochte afgewezen.

Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De vrouw heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij beschikking van 17 september 1999 heeft het Hof de bestreden beschikking voor zover aan zijn oordeel onderworpen vernietigd en, in zoverre opnieuw beschikkende, - met dienovereenkomstige wijziging van zijn arrest van 27 oktober 1989 - de alimentatie voor de vrouw met ingang van 1 januari 1999 op ƒ 1.000,-- per maand bepaald en het in hoger beroep meer of anders verzochte afgewezen.

De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het Hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal Bakels strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en verwijzing van de zaak naar het Hof te Amsterdam, met compensatie van kosten.

3. Beoordeling van het middel

3.1 Het gaat in cassatie om het volgende.

Partijen zijn voormalige echtelieden. Bij arrest van het Hof van 27 oktober 1989 is de door de man te betalen alimentatie ten behoeve van de vrouw bepaald op ƒ 2000,-- per maand (ƒ 2.474,75 geïndexeerd in 1998).

Op het verzoek van de man heeft de Rechtbank - met wijziging in zoverre van voormelde uitspraak - met ingang van 1 januari 1999 de alimentatie bepaald op ƒ 225,-- per maand. Het Hof heeft de beschikking van de Rechtbank vernietigd en de alimentatie voor de vrouw met ingang van 1 januari 1999 bepaald op ƒ 1.000,-- per maand. Daartoe heeft het Hof onder meer overwogen:

"7. Ter terechtzitting heeft de man - onder meer - onweersproken verklaard dat het pand aan de [a-straat 1] te [woonplaats B] - welk pand de man in eigendom toebehoort - thans een waarde heeft van ongeveer ƒ 475.000,--. Op de woning rust een hy- potheek van ƒ 125.000,--, zodat de overwaarde ƒ 350.000,-- bedraagt. In het licht van deze omstandigheden is het hof van oordeel dat thans van de man verwacht mag worden dat hij inteert op zijn vermogen teneinde bij te dragen in het levensonderhoud van de vrouw."

3.2 Het middel klaagt dat de in de aan het slot van 3.1 aangehaalde overweging vervatte beslissing onvoldoende is gemotiveerd, aangezien het Hof daarin geen aandacht heeft besteed aan de stellingen van de man betreffende de consequenties van een last die is verbonden aan het legaat, op grond waarvan de man het bedoelde pand uit de nalatenschap van zijn vader heeft verkregen. Deze klacht is gegrond, nu deze stellingen, indien juist, kunnen meebrengen dat de bedoelde beslissing geen stand kan houden.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de beschikking van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 17 september 1999;

verwijst het geding naar het Gerechtshof te Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president H.L.J. Roelvink als voorzitter en de raadsheren W.H. Heemskerk, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 29 september 2000.