Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2000:AA7254

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-09-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
35400
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op belastingen van rechtsverkeer 34
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2000, 1447 met annotatie van Alink
PW 2001, 21283
BNB 2000/364
FED 2000/537
WFR 2000/1480, 2
V-N 2000/46.17 met annotatie van Redactie
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 35400

27 september 2000

gewezen op het beroep in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X B.V., in liquidatie, statutair gevestigd te Z, tegen de uitspraak van het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage van 6 mei 1999 betreffende het na te melden bedrag dat door haar als kapitaalsbelasting op aangifte is voldaan.

1. Op aangifte voldane belasting, bezwaar en geding voor het Hof

Belanghebbende heeft een bedrag van f 3.754.800,-- aan kapitaalsbelasting op aangifte voldaan. Op het daartegen gemaakte bezwaar heeft de Inspecteur besloten geen teruggaaf te verlenen.

Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof.

Het Hof heeft die uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een vertoogschrift ingediend.

3. Beoordeling van het middel

Het Hof heeft op goede gronden een juiste beslissing genomen. Het middel faalt derhalve.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is op 27 september 2000 vastgesteld door de raadsheer G.J. Zuurmond als voorzitter, en de raadsheren A.G. Pos, D.H. Beukenhorst, L. Monné en C.B. Bavinck, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier P.E. Bolle, en op die datum in het openbaar uitgesproken.