Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2000:AA7205

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-09-2000
Datum publicatie
14-08-2001
Zaaknummer
R99/189HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2000:AA7205
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2000, 435
NJ 2000, 643
JWB 2000/140
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 september 2000

Eerste Kamer

Rek.nr. R99/189HR

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vrouw], wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. E. van Staden ten Brink,

t e g e n

[De man], wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 13 augustus 1993 ter griffie van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch ingediend verzoekschrift heeft verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht scheiding van tafel en bed tussen haar en verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - uit te spreken, verdeling van de huwelijksgemeenschap, vaststelling van alimentatie voor de vrouw, en toekenning van het voortgezet gebruik van de echtelijke woning en de inboedel aan de vrouw. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de vrouw haar verzoek tot scheiding van tafel en bed vermeerderd tot een verzoek tot echtscheiding en haar verzoek met betrekking tot de echtelijke woning ingetrokken.

De man heeft het alimentatieverzoek van de vrouw bestreden en zelfstandig verzocht echtscheiding tussen partijen uit te spreken, vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, en toekenning van het voortgezet gebruik van de echtelijke woning en de inboedel aan de man.

De Rechtbank heeft bij beschikking van 6 januari 1995 de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en iedere verdere beslissing aangehouden.

Bij beschikking van 6 december 1996 heeft de Rechtbank de volgende beslissingen genomen:

1. de aandelen Farmerhoeve B.V. worden toegedeeld aan

de man;

2. de aandelen [A] B.V. worden toebedeeld aan de vrouw

met inachtneming van het gestelde sub 1 tot en met 5 van de brief van 16 april 1996 van accountant Van de Wiel onder gehoudenheid voor de man om zonodig aan de vervulling van die voorwaarden mee te werken;

3. de inboedelgoederen en auto’s worden toegedeeld aan

degene bij wie ze in gebruik zijn;

4. de schulden aan adviseurs worden toegedeeld aan

degene die ze heeft gemaakt tot een maximum van

ƒ 50.000,--aan de zijde van de vrouw. De kosten van de diverse taxaties (…) komen voor rekening van Farmerhoeve B.V. dan wel de man zonder verder in de waardering te worden betrokken;

5. de in de meer aangehaalde brief van accountant Van

de Wiel genoemde belastingschulden worden toegedeeld zoals daarin voorgesteld. Eventueel later opgekomen belastingschulden worden zonder verdere verrekening toegedeeld aan degene aan wie ze zijn opgelegd, met inachtneming van de voorbehouden als in het lichaam van deze beschikking omschreven;

6. de levensverzekeringsverplichting en de

stamrechtverplichting in [A] B.V. worden toegedeeld aan de vrouw;

7. het paard Farmer is voor ƒ 80.000,-- toegedeeld aan

de vrouw, met welke toedeling rekening moet worden gehouden bij de vaststelling van de aan de vrouw nog toekomende vordering uit overbedeling;

8. de claim [..] blijft onverdeeld;

9. de aan de vrouw toekomende vordering uit

overbedeling of het restant daarvan zal door de man te allen tijde in kontanten kunnen worden afgelost doch tenminste zal een aflossingsverplichting gelden van

ƒ 600,-- per week, mits deze deugdelijk kan worden gesecureerd, bijvoorbeeld door een tweede hypotheek op het onroerend goed van Farmerhoeve B.V.;

10. over het restant zal de man een rente verschuldigd zijn gelijk aan de wettelijke rente die thans op 5% op jaarbasis bedraagt.

Voorts heeft de Rechtbank de zaak pro forma aangehouden tot 1 februari 1997 teneinde partijen in de gelegenheid te stellen op basis van haar uitspraak tot (notariële) verdeling en een definitieve vaststelling van de overbedelingsverplichting te geraken en een deugdelijke zekerheid tot stand te brengen ingeval de man gebruik zou maken van de mogelijkheid tot aflossing in termijnen en hen in staat te stellen eventuele geschillen daarover alsnog voor te leggen aan de Rechtbank, waartoe de meest gerede partij zich alsdan tot de Rechtbank zou kunnen wenden. Het meer of anders verzochte, waaronder het alimentatieverzoek van de vrouw, heeft de Rechtbank afgewezen.

Voorts heeft de Rechtbank bij beschikking van 20 februari 1998 de man veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de vrouw te betalen

ƒ 119.614,--, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 6 december 1996 tot aan de dag van de algehele voldoening, alsmede tot betaling van de wettelijke rente over een bedrag van ƒ 372.437,-- vanaf 6 december 1996 tot aan de dag waarop dat bedrag is voldaan. De Rechtbank heeft aangehouden de beslissingen met betrekking tot:

a. de definitieve vaststelling van de omvang van de

adviseurskosten die de vrouw inzake de claim [..] eventueel heeft gemaakt;

b. de wijze waarop de waarde van de claim [..] in de

waardeling moet worden betrokken;

c. de vaststelling van de waarde van het onroerend goed

en de wijze waarop een verschil met de thans voor de verdeling gekozen waarde eventueel in een andere verrekening zou moeten worden verwerkt.

Tenslotte heeft de Rechtbank bij beschikking van 11 september 1998 de man veroordeeld om in aanvulling op de beschikking van 20 februari 1998 tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de vrouw te betalen ƒ 1.852,05, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 6 december 1996 tot aan de dag der algehele voldoening.

Tegen de beschikkingen van 20 februari 1998, voor zover deze de claim [..] en de waarde van het onroerend goed betreft, en die van 11 september 1998 heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Daarbij heeft zij verzocht de beschikking van 11 september 1998 te vernietigen.

Bij beschikking van 10 september 1999 heeft het Hof de beschikking, waarvan beroep, voor zover deze betrekking heeft op de waardering van de claim [..], vernietigd en bepaald dat voor het overige op 29 september 1999 een nadere beschikking zal worden gegeven, waarbij drie deskundigen zullen worden benoemd ter waardering van de onroerende zaak, op de wijze zoals in deze beschikking is aangegeven.

De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het Hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De man heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal Wesseling- van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

Het middel faalt op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal Wesseling-van Gent.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren R. Herrmann, als voorzitter, A.E.M. van der Putt-Lauwers en J.B. Fleers, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 22 september 2000.