Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2000:AA7104

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-09-2000
Datum publicatie
14-08-2001
Zaaknummer
R00/046HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2000:AA7104
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2000, 429
JWB 2000/135

Uitspraak

15 september 2000

Eerste Kamer

Rek.nr. R00/046HR

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Verzoeker], wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

t e g e n

DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM, in zijn hoedanigheid van Korpsbeheerder van het Regionaal Politiekorps Amsterdam-Amstelland, wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 17 februari 1999 ter griffie van de Rechtbank te Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - zich gewend tot die Rechtbank en op grond van artikel 23 van de Wet politieregisters verzocht verweerder in cassatie - verder te noemen: de korpsbeheerder - te gelasten de in het verzoekschrift vermelde mutaties integraal te verwijderen en, indien dat verzoek zal worden afgewezen, te gelasten dat een aantal door [verzoeker] genoemde passages in die mutaties zullen worden aangepast op de door hem voorgestane wijze.

De korpsbeheerder heeft het verzoek bestreden.

De Rechtbank heeft bij tussenbeschikking van 1 juni 1999 [verzoeker] in de gelegenheid gesteld zijn verzoek aan te vullen en bij eindbeschikking van 23 november 1999 de korpsbeheerder gelast een aantal politie-mutaties aan te vullen dan wel te wijzigen zoals in het dictum van deze beschikking is aangegeven.

Tegen laatstvermelde beschikking heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.

Bij beschikking van 6 april 2000 heeft het Hof de beschikking van de Rechtbank te Amsterdam van 23 november 1999 bekrachtigd.

De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het Hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn beroep.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het beroep in cassatie is vervat in een verzoekschrift dat niet is ondertekend en ingediend door een advocaat bij de Hoge Raad. Ingevolge het in deze zaak toepasselijke art. 426a Rv. moet verzoeker reeds daarom in zijn beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren R. Herrmann, als voorzitter, A.E.M. van der Putt-Lauwers en J.B. Fleers, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 15 september 2000.