Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2000:AA7038

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-09-2000
Datum publicatie
14-08-2001
Zaaknummer
R99/150HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2000:AA7038
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2000, 415
JWB 2000/126

Uitspraak

8 september 2000

Eerste Kamer

Rek.nr. R99/150HR

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man],

wonende te [plaats A],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. R.F. Foortse,

t e g e n

[De vrouw],

wonende te [plaats B], Costa Rica,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. J.H.F. Schultz van Haegen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 7 maart 1997 ter griffie van de Rechtbank te Zwolle ingediend verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die Rechtbank en onder meer verzocht echtscheiding tussen hem en verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - uit te spreken.

De vrouw heeft een verweerschrift ingediend en harerzijds verzocht de man te veroordelen tot betaling aan haar van een alimentatie van ƒ 2.500,-- per maand.

De Rechtbank heeft bij beschikking van 2 juli 1997 de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en heeft voorts, na verweer van de man met betrekking tot de verzochte alimentatie, bij beschikking van 1 oktober 1998 "met ingang van de dag dat deze beschikking van kracht is" bij voorraad aan de vrouw een uitkering tot levensonderhoud ten laste van de man toegekend van ƒ 1.000,-- per maand, met afwijzing van het meer of anders verzochte.

Tegen laatstvermelde beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Arnhem. De vrouw heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij beschikking van 29 juni 1999 heeft het Hof zowel in het principaal als in het incidenteel hoger beroep de beschikking van de Rechtbank te Zwolle van 1 oktober 1998 vernietigd en opnieuw beschikkende bepaald dat de man met ingang van 1 januari 1999 ƒ 2.500,-- per maand aan de vrouw voor haar levensonderhoud zal voldoen, en het meer of anders verzochte afgewezen.

De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het Hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal Hartkamp strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

3.1 Nadat bij de op 3 juni 1999 voor het Hof gehouden mon-delinge be-han-deling, met betrekking tot de behoefte van de vrouw ter sprake was geko-men dat de vrouw sinds februari 1999 werkzaam was in Costa Rica en van plan was zich de-fi-ni-tief aldaar te vestigen en dat voorts de vrouw in Costa Rica la-ge-re inkomsten genoot dan in Nederland, en nadat het Hof aan het eind van die behandeling had mede-ge-deeld dat van de zijde van de vrouw nog een tweetal stukken moest worden overgelegd, en vervolgens die be-han-deling had gesloten en daarbij had aangezegd dat op 29 juni 1999 een be-schik-king zou worden gegeven, heeft de advo-caat van de man bij brief van 18 juni 1999 onder meer nog het volgende aan het Hof doen weten:

"Het feit, dat de vrouw thans over een lager inko-men beschikt, is het gevolg van haar keuze om een baan op Costa Rica aan te nemen en behoort geen in-vloed te hebben op de alimentatieverplichting van de man. (...)

Gezien de langdurige werkervaring van de vrouw en het steeds nijpender tekort aan ervaren secreta-res-sen op de Nederlandse arbeidsmarkt, is het zeer aan-ne-melijk dat zij in Nederland ook een passende werkkring had kunnen vinden met een minimaal ge-lijk-waardig salaris aan haar vorige werkkring hier te lande.".

Middel I, dat klaagt dat het Hof heeft na-ge-laten op het al-dus voorgedragen verweer te beslissen, faalt reeds omdat dit verweer eerst na de mondelinge be-han-deling per brief aan het Hof is kenbaar gemaakt zon-der dat de vrouw daarop nog kon reageren.

3.2 De middelen II en III falen eveneens. Zulks be-hoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de daar-bij opgeworpen klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P. Neleman, als voorzitter, C.H.M. Jansen en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 8 september 2000.