Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2000:AA5949

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26-05-2000
Datum publicatie
13-08-2001
Zaaknummer
C98/235HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2000:AA5949
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2000, 317
JWB 2000/70

Uitspraak

26 mei 2000

Eerste Kamer

Nr. C98/235HR

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

TECHNISCHE HANDELSONDERNEMING BOHACO B.V.,

gevestigd te Meyel,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr R.Th.R.F. Carli,

t e g e n

BOUWBEDRIJF GEBROEDERS [verweerder] B.V.,

gevestigd te Diessen, gemeente Hilvarenbeek,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr E. Grabandt.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: Bohaco - heeft bij exploit van 29 oktober 1993 verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de Rechtbank te Breda en gevorderd:

1. te ontbinden, althans ontbonden te verklaren de tussen partijen gesloten overeenkomst, voor zover deze door [verweerder] niet deugdelijk is uitgevoerd;

2. [verweerder] te veroordelen om aan Bohaco te betalen de contractuele boete, tot en met 20 oktober 1993 de som van ƒ 324.000,-- bedragende, te vermeerderen met ƒ 1.000,-- voor iedere dag na 20 oktober 1993 dat [verweerder] in gebreke blijft met de correcte oplevering van de bouw, althans tot de datum dat de tussen partijen gesloten overeenkomst door de Rechtbank zal worden ontbonden;

3. [verweerder] te veroordelen tot vergoeding van de in casu door Bohaco reeds geleden en nog te lijden schade, voorlopig begroot op ƒ 250.000,--, een en ander op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding;

4. [verweerder] te veroordelen om aan Bohaco te betalen de door Bohaco gemaakte buitengerechtelijke kosten ten bedrage van ƒ 21.380,--;

5. [verweerder] te veroordelen in de kosten van dit geding, de kosten van de gelegde conservatoire beslagen daaronder begrepen.

[Verweerder] heeft de vorderingen bestreden en harerzijds in reconventie gevorderd Bohaco te veroordelen om aan [verweerder] te betalen een bedrag van ƒ 60.983,95, te vermeerderen met de wettelijke rente over ƒ 56.594,24 vanaf de respectievelijke faktuurdata. Bij conclusie van repliek in reconventie heeft [verweerder] haar vordering vermeerderd met een bedrag van ƒ 74.025,-- (inclusief B.T.W.), te verhogen met de wettelijke rente vanaf de faktuurdatum.

Bohaco heeft in reconventie de vorderingen van [verweerder] bestreden.

De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 1 augustus 1995 [verweerder] in conventie tot bewijslevering toegelaten.

Na getuigenverhoren heeft de Rechtbank voorts bij tussenvonnis van 24 september 1996 [verweerder] wederom tot bewijslevering toegelaten.

Tegen beide tussenvonnissen heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Bij arrest van 21 april 1998 heeft het Hof het tussenvonnis van 1 augustus 1995, voor zover in conventie gewezen, bekrachtigd, het tussenvonnis van 24 september 1996, voor zover in conventie gewezen, vernietigd en opnieuw rechtdoende de vordering van Bohaco in conventie met betrekking tot de contractuele boete afgewezen. Voorts heeft het Hof de zaak naar de Rechtbank te Breda verwezen om deze met inachtneming van dit arrest verder af te doen.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft Bohaco beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal De Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt Bohaco in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder]wij begroot op ƒ 597,20 aan verschotten en ƒ 3.000,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren P. Neleman, als voorzitter, C.H.M. Jansen en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de

raadsheer W.H. Heemskerk op 26 mei 2000.