Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2000:AA4876

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18-02-2000
Datum publicatie
13-08-2001
Zaaknummer
R98/173HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2000:AA4876
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2000, 111

Uitspraak

18 februari 2000

Eerste Kamer

Rek.nr. R98/173HR

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: voorheen: mr H. Lenters,

thans: mr H.J.G. Brunink,

t e g e n

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr A.R. Sturhoofd.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 12 september 1997 ter griffie van de Rechtbank te 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht echtscheiding tussen haar en verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - uit te spreken. Als nevenvoorziening heeft zij - voor zover in cassatie van belang - verzocht om vaststelling van een door de man te betalen bijdrage van ƒ 300,-- per maand per kind in de kosten van verzorging en opvoeding van hun twee kinderen en van een bijdrage in haar levensonderhoud van ƒ 1.000,-- per maand.

De man heeft - onder referte voor het overige - het verzoek om vaststelling van een bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw bestreden.

De Rechtbank heeft bij beschikking van 20 februari 1998 de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en het verzoek van de vrouw om vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van haar twee kinderen en van een bijdrage in het levensonderhoud van haarzelf toegewezen.

Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Daarbij heeft hij verzocht de bestreden beschikking te vernietigen, voor zover daarbij de echtscheiding is uitgesproken

en de maandelijkse alimentaties zijn vastgesteld op ƒ 300,-- per kind en ƒ 1.000,-- voor de vrouw, en, indien de echtscheiding wordt bekrachtigd, de alimentatie voor de vrouw en de kinderen op nihil te stellen met veroordeling van de vrouw in de proceskosten in beide instanties.

Bij beschikking van 16 oktober 1998 heeft het Hof de beschikking van de Rechtbank van 20 februari 1998 vernietigd, voor zover deze betrekking heeft op de bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw en de kinderen, en, in zoverre opnieuw beschikkende, de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie met ingang van de datum waarop deze alleen het gezag over de minderjarigen uitoefent op ƒ 250,-- per maand per kind bepaald en de bijdrage in de levensonderhoud van de vrouw op nihil. Het Hof heeft voorts de bestreden beschikking, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, voor het overige bekrachtigd en het meer of anders verzochte afgewezen.

De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het Hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 31 december 1998 onderdeel C van het cassatiemiddel ingetrokken.

De conclusie van de Advocaat-Generaal Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren Herrmann, als voorzitter, Van der Putt-Lauwers en Fleers, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Heemskerk op 18 februari 2000.