Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:1999:AA3844

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-12-1999
Datum publicatie
13-08-2001
Zaaknummer
R98/174HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:1999:AA3844
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 812
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 1999, 167
NJ 2000, 2
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 december 1999

Eerste Kamer

Rek.nr. R98/174HR

CS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de man],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr K.T.B. Salomons,

t e g e n

[de vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 13 juni 1997 ter griffie van de Rechtbank te Zwolle ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht tussen haar en verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - echtscheiding uit te spreken. Voor zover in cassatie van belang heeft de vrouw als nevenvoorziening verzocht te bepalen dat het ouderlijk gezag over de drie minderjarige kinderen van partijen voortaan aan haar toekomt.

De man heeft het echtscheidingsverzoek niet bestreden, doch - voor zover in cassatie van belang - zelfstandig verzocht te bepalen dat het ouderlijk gezag over de drie minderjarige kinderen van partijen uitsluitend aan hem toekomt.

De Rechtbank heeft bij beschikking van 12 november 1997 de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en de Raad voor de Kinderbescherming om rapport en advies verzocht omtrent de gezagsvoorziening. Nadat de Raad voor de Kinderbescherming rapport had uitgebracht, heeft de Rechtbank bij beschikking van 24 april 1998 bepaald dat het gezag over de drie minderjarige kinderen voortaan alleen aan de vrouw toekomt.

Tegen de beschikking van 24 april 1998, voor zover betreffende het ouderlijk gezag, heeft de man hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Arnhem. Daarbij heeft hij verzocht te bepalen dat het gezag over de minderjarige kinderen voortaan alleen aan hem toekomt, althans een nieuw onderzoek te gelasten.

Bij beschikking van 27 oktober 1998 heeft het Hof de beschikking van de Rechtbank te Zwolle van 24 april 1998 bekrachtigd en het meer of anders verzochte afgewezen.

De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het Hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst Moltmaker strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De middelen falen op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal Moltmaker.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president Roelvink als voorzitter en de raadsheren Herrmann en Fleers, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Heemskerk op 10 december 1999.